Vereniging Erfgoed Leidschendam

Postbus 3027
2260 DA  Leidschendam
info@erfgoedleidschendam.nl

Uitgave: Januari 2003

Zindelijke, heldere, frisse boerinnetjes

Zindelijke, heldere, frisse boerinnetjes

Aan de hand van voorwerpen, vergeelde foto's en 'verhalen' heeft Erfgoed-adviseur Rolf van der Krogt een beeld geschetst van de manier waarop onze voorouders in de regio's Delfland en Rijnland zich kleedden. Geen eenvoudige klus, de gegevens waren schaars. Het resultaat is een mooi uitgevoerd boekwerk. Hieronder enkele fragmenten uit het onlangs verschenen boek.

Afgezien van Scheveningen kent het platteland van Zuid-Holland praktisch geen levende streekdracht meer. Zowel in Katwijk als Noordwijk is deze gelukkig weer herleefd als een 'gelegenheidsdracht', maar verder is ze nagenoeg uitgestorven. Op de vraag of in ons deel van de Randstad, de regio Leidschendam en Stompwijk, in het verleden een streekdracht werd gedragen, zou menigeen zijn voorhoofd fronsen en denken hij in de maling wordt genomen. Klederdracht wordt immers veelal geassocieerd met plaatsen langs de kust, zoals Zeeland, en in het oosten van Nederland, de Achterhoek.

Dat het tegendeel wel degelijk heeft bestaan, bewijzen onder meer oude schilderijen, prenten en foto's alsook bewaard gebleven hoofdtooien met toebehoren. Hieruit kunnen we onder meer opmaken, dat. met name de vrouwen van de boeren- en tuinderstand in de 19-de en begin 20-ste eeuw nog in een soort streekdracht rondliepen.


Deze streekdracht,  die voornamelijk in de hoofdtooi tot uiting kwam,  werd aangeduid als de Delflandse en Rijnlandse dracht. Een benaming die was afgeleid van het hoogheemraadschap Delf en Rijnland, het gebied waarin men woonde en werkte. Binnen deze agglomeratie bevonden zich, naast enkele steden, talrijke dorpen met hun inwoners. Zij hielden zich bezig met onder meer landen tuinbouw, veeteelt, visserij en andere ambachtelijke beroepen. Men kleedde zich toentertijd in een dracht die hierbinnen heerste, zij het soms met kleine verschillen per gemeenschap. Ondanks de grote populatie van dragers binnen deze agglomeratie waren de invloeden uit de grote steden van dien aard, dat een en ander ook weer snel grotendeels verdween. Hierdoor is er ook betrekkelijk weinig over bewaard gebleven. Het valt daarom ook niet te ontkennen dat we ons enigszins op glad ijs begeven. Doch we zijn van mening aan de hand van de beschikbare bronnen toch een redelijk beeld te kunnen schetsen hoe een en ander hier in deze agglomeratie werd gedragen.

In de tweede helft van de 18-de eeuw waren de dorpen in Delfland en Rijnland voornamelijk plattelandsgemeenschappen. Ook al genoot men in zekere mate van de economische groei van de grote steden, er omheen bleef men redelijk op zichzelf en klein van aard. Er was soms zelfs enige rivaliteit onder elkaar te bespeuren, niet enkel vanuit geloofsoverwegingen doch ook vanuit aangemeten status.

Naast handelsverkeer over water en land hield men zich hoofdzakelijk bezig met ambachtelijke beroepen, nijverheidszaken, land- en tuinbouw, veeteelt en zuivelproducten en al hetgeen daaruit voortkwam. Van grootschalige industrie was nog nauwelijks sprake. Er waren verschillende steenfabriekjes en kalkbranderijen, touwslagerijen, grutterijen en meelmaalderijen (veelal molens) en hier en daar een scheepsmakerij. Dit was per streek of plaats weer anders. Rondom de vaste kleine woonkernen lagen in de aangrenzende polders de verscheidene boerenhofsteden.
De invloeden van de grote steden er omheen kwamen vooral voort uit de opkomende nieuwe klasse. Deze verruilde graag de drukte van de stad voor de rust en de geneugten van het platteland, om in de omliggende dorpen op hun 'lusthoven' hiervan te gemeten. Op deze manier beïnvloedden zij de geëigende gemeenschap en werden allerlei gewoonten en gebruiken geïntegreerd en traden op velerlei gebied verschuivingen op. Anderzijds zochten de mensen van het platteland weer een afzetgebied voor hun producten en dat vonden zij dan veelal weer in de grotere steden.

Het was ook in die tijd dat J. Ie Franq van Berkhey, 'medisch doctor en protector in de natuurlijke historie' aan de universiteit te Leiden, begon met het opschrijven van alle facetten van heel Nederland. Deze zeer bevlogen man ging uitvoerig in op de deugden van de Hollanders. In het derde deel, dat verscheen in 1773, uit de door hem geschreven en gepubliceerde reeks Natuurlijke Historie van Holland, behandelde hij de kleding, met enkele afbeeldingen ter illustratie. Hier komt ook een verhandeling in voor over de Delf- en Rijnlandse bevolking. Aan de hand hiervan kunnen we een indruk krijgen hoe onze voorouders gekleed gingen.


Berkhey schrijft onder meer het volgende:
'De mannen dragen op het hoofd een kleine driekant opgetoomde hoed; welke, buiten de gewone koordjes, geen verder optooisel heeft, dan alleen een brede zwarte zijden, met franje en passement bevlochten lits, om den knoop, op de linkerzijde. De hals pronkt met een bonten zijden doek, netjes geknoopt, of een zindelijk smalle neteldoekse 'das' waarop ze ongemeen keurig zijn, met dezelve in die voege om de hals knopen, dat men het hemdsboorsel er met twee Gouden knopen boven ziet, of dat de knopen tussen de vouwen van de das doorboren. De slippen van de das steken ze voorts ter wederzijds onder de oksels in of verbergen deze, dicht opgerold in de borst of onder de linker arm. Veel werk maken zij van een rein onderhemd; nadien het boordsel en al een stuk zichtbaar, want overhemden dragen zij nooit. De kunst, of de oude mode, om die boordsels, door keurig naaldwerk, met randjes, knopjes, sterretjes, roosjes enz. te bestikken, is hier omstreeks nog algemeen, en men heeft er zeer veel mede op.'

Enigszins in navolging op het werk van Berkhey verscheen bij E. Maaskant in Amsterdam in 1807 een fraai kwartoformaat boek met twintig ingekleurde (in aqua tinten) kostuumprenten. Dit boekwerk, getiteld Afbeeldingen van de kleedingen, zeden en gewoonten in de noordelijke provinciën van het koninkrijk der Nederlanden, bevatte naast afbeeldingen een uitvoerige beschrijving van de getoonde kostuums.
Over de Delflandse boerin wordt onder meer vermeld: 'De opslagen der mouwen, om den blanken arm, de witte lousen aan den kleinen voet, door de lage, met groote zilveren gespen pronkende schoenen, in het oog vallende; het schitterende oorzijzer en eene souden speld voor de borst, maken, met het breede blauwe lint, de sieraad dezer zindelijke, heldere en frissche boerinnetjes uit.' Hun mannen droegen volgens dit boekwerk kleding die hun 'welvaart aan den gezegenden Rijn aanduidt, terwijl gezondheid zijne blonde jeugd doet bloeijen.'
Naast bepaalde kleedgewoonten, al dan niet gepaard gaande met een zucht tot pronken, wilde men zich onderscheiden (iets wat men heden ten dagen nog steeds doet). Natuurlijk waren velen in redelijk goede doen en was er altijd ook een groep die zich wat minder kon permitteren. Het gezegde dat 'zij van arme grond kwamen' of 'van een krant af aten op tafel', wat hier nogal eens werd gebezigd, ging niet altijd op. Er zijn gevallen bekend waarin juist het tegendeel werd bewaarheid. Het al of niet beschikken over mooie kleren en sieraden hing voornamelijk af van de onderlinge sociale verhoudingen binnen een gemeenschap. Het lag zeker niet altijd aan de plaats of de regio waarin men woonde. Wanneer er een drang was tot pronken in een gebied met een streekdracht, rijk of arm, dan deed men dat en daar hielp geen opgeheven vinger of donderpreek van de dominee of pastoor tegen.

Ook al mag er dan een heleboel niet meer bekend of bewaard zijn gebleven aangaande de klederdracht in Delfland en Rijnland, het is juist nu een taak het overgeblevene met uiterste zorg te bewaren. Het is opmerkelijk te zien dat soms kosten noch moeite gespaard worden om monumentale panden en objecten te behouden, terwijl het juist mensen zijn die, met z'n allen, zowel in hun leefgewoonten als in hun sociale verhoudingen feitelijk een dorp of stad hebben bepaald.

Rolf van der Krogt

M. R. van der Krogt: Delflandse en Rijnlandsche streekdracht in Holland. Uitgave De Nieuwe Haagsche. Prijs 27,75 euro. Leden van Erfgoed kunnen het boek verwerven voor 20 euro door zich in verbinding te stellen met de heer Dick van der Toorn van De Nieuwe Haagsche.


terug naar overzicht

Laatste publicatie

Erf Goed Nieuws
mei 2018, jaargang 26, nummer 1

Erf Goed Nieuws mei 2018

Erf Goed Nieuws mei 2018

Lees verder Alle publicaties