Vereniging Erfgoed Leidschendam

Postbus 3027
2260 DA  Leidschendam
info@erfgoedleidschendam.nl

Uitgave: januari 2008

Dit huis is gebouwd op koeienhuiden

Klopt bovenstaande veelgehoorde bewering? Of is het een hardnekkige mythe?

Het verhaal gaat dat de oude kerk in Delft op koeienhuiden is gebouwd. Dat zou de reden zijn waarom de toren ervan scheef staat: de boel zou zijn gaan schuiven. In vroeger tijden zou het gebruikelijk zijn geweest koeienhuiden te benutten als ondergrond voor funderingen. Enkele jaren geleden, tijdens een bespreking in de Tweede Kamer van een wetsvoorstel tot wijziging van de Woningwet, werd door een van de sprekers dit 'gebruik' gememoreerd. Dat was voor de toenmalige minister van Volkshuisvesting, mevrouw Sybilla Dekker, reden nu maar eens een diepgaand onderzoek in te stellen naar de vraag of deze veelgehoorde bewering wel klopt. Op 13/10/2006 berichtte ze de kamer het volgende:

'De veronderstelling dat vroeger op koeienhuiden werd gefundeerd moet ik overigens naar het rijk der fabelen verwijzen, hoewel dit soort verhalen net zo onuitroeibaar blijkt te zijn als de verhalen over vermeende onderaardse gangen in burchten en kloosters. Ten eerste is er voorzover mij bekend in Nederland nog nooit een fundering van koeienhuid aangetroffen, terwijl deze huiden door het grondwater uitstekend geconserveerd hadden moeten zijn.

In de tweede plaats komt in oude bouwverslagen de zinsnede voor dat de bouw 'op huyden is begonnen' hetgeen in oud-Nederlands niets anders wil zeggen dan dat de bouw heden is aangevangen. Wel wil het geval dat in Amsterdam enkele panden bekend zijn die 'op huyden' zijn gebouwd. Uit onderzoek blijkt dat hiervoor afgedankte scheepshuiden (scheepswanden) zijn gebruikt. De lange planken werden horizontaal neergelegd en een bouwwerk werd daarbovenop gemetseld.

Verder bestaat er nog een apocrief verhaal van de hand van Jacob van Lennep*, waarin verhaald wordt hoe de zoon van een Friese bouwmeester het geheim van de fundering van de Maria-kerk in Utrecht wordt ontfutseld, namelijk dat een wel in de bodem onder de kerk zou zijn volgestort met koeienhuiden. Enig feitelijk bewijs van deze 'onthulling' is echter nimmer aangetroffen.'

Tot zover de minister. Als we bellen met enkele historici en hen de vraag 'werden huizen vroeger op koeienhuiden gebouwd?' voorleggen, blijkt het merendeel ervan overtuigd dat dit zo is. Zo ook de Wassenaarse historicus Carl Doeke Eisma. Geconfronteerd met het relaas van de minister zegt hij : Ik vind de 'bewijsvoering' tijdens het beantwoorden van vragen in de Tweede Kamer iets te populair en verre van wetenschappelijk. Er waren en zijn uiteraard diverse manieren van funderen. Men kon en kan gebruik maken van hout, steen, beton en staal. Ook bestaat de mogelijkheid om niet te funderen: op staal. In dat geval wordt de (zand)grond goed aangestampt en ik kan me voorstellen dat men dan - al was het alleen maar om het zand bij elkaar te houden - koeienhuiden ging spannen. Misschien niet bij (grote) stenen gebouwen, maar wel bij houten woningen, boerderijen en dergelijke.
Overigens vindt men nog steeds op onvoorziene plaatsen onderaardse gangen.

'Op huyden' kan inderdaad ook 'heden' betekenen. Je moet - en dat geldt zelfs voor een redelijk onervaren minister - niet meteen naar het land der fabelen verwijzen. Zodra er ook maar één woning 'op koeienhuiden' zou worden gevonden sta je - al of niet ter fundering - voor paal.'

Kan Erfgoed Leidschendam-adviseur en bouwhistoricus Leo van der Meule uitsluitsel geven? Van der Meule: `Ik schaar mij geheel achter het antwoord van de minister: koeienhuiden, grote onzin!'

Jos Teunissen

* Jacob van Lennep, Den Friesche bouwmeester uit: Onze voorouders: In verschillende tafereelen geschetst, Den Haag 1880.


terug naar overzicht

Laatste publicatie

Erf Goed Nieuws
mei 2018, jaargang 26, nummer 1

Erf Goed Nieuws mei 2018

Erf Goed Nieuws mei 2018

Lees verder Alle publicaties