Vereniging Erfgoed Leidschendam

Postbus 3027
2260 DA  Leidschendam
info@erfgoedleidschendam.nl

Uitgave: 16 april 2016

Historische wandeling

Historische wandeling

Route wandeling

  1. Damplein (startpunt)
  2. Sluiskant
  3. Van Ravensteijnkade
  4. Doorsteken via voormalige Warmoezierstraat
  5. Langs Damplein naar Damlaan
  6. Damlaan
  7. Damstraat
  8. Oversteek naar Venestraat
  9. Via de Jagerstraat naar de Damhouderstraat
  10. Sluisplein richting de oostelijke sluisbrug
  11. Sluiskant bij r.-.k. Petrus- en Pauluskerk

Bron: foto beeldbank Leidschendam-Voorburg LFG 1755-1

Gezicht van den Leydschendam van de kant van Leyden te zien, opgedraagen aan den Wel Eedele gestengen Heer Mr. Pieter Gys, Raad en Regeerend Burgemeester der Stad Leyden. Ambachts Heer van Stompwyk, Wilsveen, Tedingerbroek en den Leydschendam Anno 1755

 

Damplein algemeen

U kent het Damplein allemaal van het gebouw van Groenewegen (1965) en later Montel. De eerste fase voor de realisatie van het Damplein vond begin van de jaren 50 plaats. Er werd een begin gemaakt met de het slopen van een aantal panden, aanleg van de riolering en het bouwrijp maken van de grond.

Bron: foto beeldbank Leidschendam-Voorburg  LF 1951-8. Start aanleg riolering voor het Damplein, met links het pand van bakkerij van der Helm (Damstraat 43) geheel rechts zien we nog net het balkon van de manufacturenwinkel van Dunselman op de Damlaan 1

Het “Damplein” was voor die tijd slechts een perceel grond grenzend aan de aaneengesloten bebouwing van de achterzijde van de panden langs de Sluiskant. Op 29 april 1958 opent burgemeester Banning de eerste weekmarkt op het Damplein. Een jaar later in 1959 slaat hij samen met de gemeentesecretaris Maas de eerste paal voor de nieuwe winkels en de flatgebouwen op het Damplein. Als in 1965 op het Damplein de meubeltoonzaal van Groenewegen wordt gebouwd, verhuist de weekmarkt naar de Rijnlandstraat, deze wordt in de zomer van 1965 door burgemeester Kolfschoten geopend.

De Sluiskant

Pand Sluiskant 21

Van de oorspronkelijke bebouwing van het pand Sluiskant 21 zijn al voor het jaar 1624 gegevens bekend. In 1659 koopt Louweris Jansz van Swieten dit huis en richtte deze in als broodbakkerij. Ook had hij een “Craemerswinckel met vettewaryen”, dit was een kruidenierswinkel met vettige winkelwaar zoals olie, smeer en kaarsen. De zink en koperslager Herman Pieter Zwennes koopt op 15 maart 1906 dit pand van de bakker Johannes van Melzen. Zwennes had oorspronkelijk een pand in de Venestraat 51. Maar het ruime pand aan de Sluiskant biedt hem door alle passanten rond het sluisgebied veel meer klandizie.

Gecombineerde foto beeldbank Leidschendam-Voorburg LF 1906-08. Bouw pand van Zwennes aan de Sluiskant / Damstraat in het jaar 1906 met verkoop nota

Bij de firma Zwennes was alles te koop van lood, koper, zink, ijzer, hout, touw, olie scheepsbenodigdheden, schipperklompen, landbouwgereedschappen, tabak en sigaren en alle benodigde huishoudelijke artikelen. De toelevering van producten gebeurde tot het begin van de jaren 60 nog via de beurtschipper. De breekbare lampenglazen en kappen voor olielampen werden voorzichtig in stro verpakt in rieten manden of houten kratten. Het zijn de hoogtij dagen van de verzuiling in Nederland als de heer H. van Kampen in 1929 achter zijn winkel en woonhuis aan de Damlaan loodgieters werkplaats laat bouwen. De pastoor van de H.H. Petrus en Paulus kerk aan de Sluiskant, bemoedigd zijn beminde parochianen vanaf zijn preekstoel aan om vooral hun ijzerwaren te kopen bij de katholieke winkel van Van Kampen. Ondanks de enorme bekendheid en de grote bloeiperiode van dit bedrijf valt in 1979 na 73 jaar het doek voor dit icoon van Leidschendam. Het huidige pand is opgebouwd naar ontwerp van het oorspronkelijke gebouw uit het begin van de 20e eeuw.

Sluiskant 12 - 14

Het Zwitsers chalet en het postkantoor

Detail originele bouwtekening pand Sluiskant 12  jaar 1892 “het Zwitsers Chalet”

De voorgevel van dit pand is o.a. in de jaren 30 aangepast. De huidige nieuwbouw is één etage hoger dan het origineel.

Bron: foto beeldbank Leidschendam-Voorburg  KP 1902-18. Gezicht vanaf de Delftsekade, met links aan de Sluiskant het “Zwitsers chalet” met rechts ernaast het postkantoor

Het pand aan de Sluiskant 13 is in 1928 in opdracht van de gebroeders van Dongen verbouwd. Waarbij het de woonruimte aan de voorzijde van de woning wordt ingericht als winkelruimte. Volgens het verzoek van 29 februari 1928 zijn de vermoedelijke bouwkosten NLG. 500,00. Dit pand is later gebruikt als postkantoor. Vanwege het toenemende (vracht) verkeer werd, bij de realisatie van het Damplein, de Damlaan doorgetrokken naar de Sluiskant. Om dit mogelijk te maken moesten er een aantal panden (waaronder het postkantoor en het “Zwitsers chalet”) aan de Sluiskant worden gesloopt.

Bron: foto beeldbank Leidschendam-Voorburg LF 1951-2

Vlak voor de afbraak van de woningen is bovenstaande foto gemaakt. Het “postkantoor” is al dichtgetimmerd, beide panden wachten op de sloop.

In 1952 is de Damlaan doorgetrokken naar de Sluiskant. Onder het toeziend oog van de wachtmeester van de Rijkspolitie, en het toegestroomde publiek wordt dit heugelijk feit gevierd. Beide panden zijn bij de realisatie van het vernieuwde Damcentrum herbouwd aan de Sluiskant. In 2012 opent restaurant Fratelli aan de Sluiskant 17-18 haar deuren. Boven het restaurant biedt het pand woonruimte.

 

Sluiskant 7

Drankenhandel en grossier Pieter Boonekamp

Op deze plek staat waarschijnlijk het oudste huis van Leidschendam. Arent van Oosten koopt hier begin 1600 “eene seecker huys, schuyr ende barg”. Uit de verkoopakte van dit pand uit 1718, wordt duidelijk dat in deze huysinge een nering gedaan mag worden van wijn, bier, tabak of van eenige sterke dranken. In 1747 verkoopt de eigenaar het pand aan Jacob van Pelt, zijnde de ambachtsbewaarder van Veur, Van Pelt gebruikte het pand als zeilmakerij.

Na het overlijden van de ongehuwde Jacob van Pelt, verkopen de erven het gehele bezit aan Pieter Boonenkamp. Bij de beschrijving blijkt dat er van de oorspronkelijke twee huizen nu één huis is gemaakt. Pieter Boonekamp richt het pakhuis en de tuin in als grossierderij van likeuren en sterke dranken. Uit de akte van het notarieel archief van de notaris Jacobus Theodorus van Rhijn van 23 april 1828, zien we dat Petrus Boonekamp (de zoon van Pieter Boonekamp) van beroep grossier in likeuren en sterkte dranken, een wel doortimmert huis ende pakhuis alsmede een tuin gelegen in de gemeente Veur aan de noordzijde van Leidschendam numero 3 verkoopt aan zijn zoon Theodorus Boonenkamp. In 1893 wordt het huis, erf en pakhuis verkocht aan de Rotterdamse likeurfabrikant Petrus Lucius Maria Hoogeweegen. In 1968 wordt het gehele bezit verkocht aan Cornelis Hilgersom. Zo komt er na 175 jaar een einde aan de geur van de likeurstokerij.

Bron: foto beeldbank Leidschendam-Voorburg LF 1880/2. Zicht op de Sluiskant voor 1882 met uiterst links de grossierderij van Boonenkamp

 

Damlaan Algemeen

De Damlaan en de Damstraat vormden van oudsher de enige verbindingsweg tussen de Vliet en het achterland van Veur. Op onderstaande kaart uit 1615 van het Hoogheemraadschap van Rijnland, getekend door de landmeter en cartograaf Floris Balthasar van Berckenrode, zien we in het kader bij de roestbruine gloed een kronkelweg (de latere Damlaan) welke in de cirkel wordt doorkruist door de Heerenwegh. Deze Heerenwegh is nu de Koning Julianaweg.

Volgens deze kaart is er begin van de 17 e eeuw al bebouwing aan zowel de Sluiskant als het Sluisplein. De blauwe streep is de zandsloot, welke nu parralel loopt met de pas vernoemde Van Ravensteijnkade en de Plaspoelkade. De Damlaan nu een rechte weg, de eerste bebouwing aan de Damlaan vond plaats tussen 1895 -1899. Begin van de 20e eeuw was de Damlaan een statige straat met aan weerzijde bomen en voor die tijd luxe huizen waarbij sommige waren voorzien van glazen serres.

Panden aan de Damlaan

Damlaan 1 pand van Dunselman

Welke Leidschendammer kent de naam Dunselman niet? Augustinus Dunselman koopt voor zijn zoon Johannes Joseph Dunselman, de latere manufacturier, in 1929 het huis en erf aan de Damlaan 1 in Leidschendam. De vorige eigenaar Hendricus Arnoldus Bergman heeft het pand enkele jaren daarvoor nog laten verbouwen. Op een bouwtekening uit 1921 zien we dat de naast de winkel gelegen woonkamer bij de winkelruimte wordt getrokken, en de ingang op de hoek van het pand wordt verplaatst naar het midden van de nieuwe ruimere winkel. De heer Dunselman komt uit een echte textielfamilie, zijn vader had al een textielwinkel in Vreewijk. De zus van de heer Dunselman was vanaf 1930 tot 1967 onderwijzeres aan de St. Willibrordusschool aan de Damlaan. Het was voor de heer Dunselman en zijn trouwe verkoopster Thea hard werken in de winkel. De winkel was tot laat in de avond nog open, als mensen met de Blauwe tram uit hun werk kwamen gingen ze nog even naar Dunselman voor een paar sokken. Ook als de kerk uitging kwamen mensen nog even langs de winkel. Het was een kleine gezellige winkel met links achter de toonbank een grote zwarte potkachel. Het voltallig personeel van de winkel bestond maar liefs uit 11 mensen. In 2007 is het pand van Dunselman gesloopt om plaats te maken voorde huidige nieuwbouw.

 Advertentie Dunselman weekblad Het Krantje 15 september 1988

 

Damlaan 17-19

Garagebedrijf Jac. v.d. Akker

Bron: foto beeldbank Leidschendam-Voorburg LF 1951-18. Automobiel, motoren- en rijwielenbedrijf van J.C.P. van den Akker, Damlaan 17-19.

In 1898 geven de dames van Rooijen opdracht voor de bouw van een dubbel woonhuis aan de Damlaan B 20. In 1928 wordt achter het huis een serre gebouwd (Damlaan 21). In het adresboek van Veur en Stompwijk uit 1931, zien we dat in het pand Damlaan 17 inmiddels het bedrijf de motor reparatie inrichting van Jac v.d. Akker is gevestigd. In 1931 krijgt de N.V. Bataafsche Import Maatschappij van de gemeente Veur vergunning tot het plaatsen van een benzinepompinstallatie voor het pand van Jac vd Akker. Perceel kadastraal B 1670.

Op woensdag 7 oktober 1987 wordt in het pand aan de Damlaan het klein meubel centrum van het Houtpaleis geopend. Het Houtpaleis is ooit begint van de 60er jaren begonnen met hun vestiging aan de Sluiskant 19. Maar eigenlijk kennen we het pand aan de Damlaan 17 onder de naam Mystico Woonsfeer waar Susan Hoekstra al vele jaren met veel enthousiasme haar interieurwinkel runt.

 

Damlaan 47 -49

Firma Pas

Advertentie adresboek Veur jaar 1931

 

De architect J.F.L. Frowein maakt in augustus 1896 de eerste bouwtekening van deze dubbele villa met vrijstaande garage. De in Den Haag wonende koopman A.W. van der Wilk, krijgt toestemming om als eigenaar van het pand aan de Damlaan 45 het aldaar staande woonhuis te verbouwen voor winkel en woonhuis. Willem Pas begint in 1923 in dit pand een radiozaak. In de zijkamer had hij een radiodistributie centrale ingericht.

Via radiodistributie kon een signaal worden doorgegeven voor het beluisteren van radioprogramma’s, met name voor degene die zelf niet over een radiotoestel beschikte was dit een uitkomst. De radiodistributie bood vaak een betere ontvangst en geluidskwaliteit. Later werd dit de draadoproep genoemd. In 1953 is de zaak overgenomen door de heer van Lent. Nico Storm die bij hem in dienst is, neemt de zaak als eigenaar in 1978 over. In het pand aan de Damlaan is nu makelaarskantoor Remax gevestigd.

 

Damlaan 52

Schoenmaker en podoloog Frans Aarts

Sebastiaan Aarts, de opa van Frans Aarts komt begin van de jaren 20 vanuit Oosterhout naar Veur om te helpen met de aanleg van het traject van de Blauwe Tram. Als het geëlektrificeerde tracé van de Blauwe tram is voltooid, opent hij in 1930 een schoenmakerij aan de Damlaan. Deze schoenmakerij maakte destijds deel uit van een blok woonhuizen (B 28-33) welke in 1899 in opdracht van de heer G. Klapwijk aan de Damlaan zijn gebouwd. Daarmee behoorde het in oorsprong tot de weinige huizen welke voor 1900 aan de Damlaan zijn gebouwd.

Foto jaar 1935 Sebastiaan Aarts met echtgenote voor de schoenmakerij Damlaan 52

In 1949 neemt Adriaan Aarts (de vader van Frans) de leiding van de winkel over. De klandizie neemt toe en de zaak wordt in 1961 grondig verbouwd. Er komt een nieuw woonhuis boven de totaal vernieuwde winkel, enkele jaren later wordt ook De winkel met 42 vierkante meter vergroot. Aan schoenmakers was er geen gebrek. Arnoldus Vermeer in de Venestraat (vanaf 1920) later is dit schoenmakerij Haagen geworden. Schoenmakerij Van Beek in de Damstraat. En Piet Bosman aan de Koningin Julianaweg. Frans Aarts is naast schoenreparateur al ook vele jaren gediplomeerd register podoloog. En hij ontving ik 2012 voor zijn 37 jarige betrokkenheid bij de winkeliersvereniging Leidschendam Centrum uit handen van voorzitter Teun Glasbergen het erelidmaatschap.

 

St. Willibrodusschool en Patronaatsgebouw

In april 1914 dient het R.K. parochiaal kerkbestuur H.H. Petrus en Paulus een bouwvergunning in voor de bouw van een school voor gewoon lager onderwijs voor jongens met een onderwijzerswoning en patronaatsgebouw. Sectie B 1905. In 1926 werd nog een extra leslokaal aangebouwd. Bekende leerkrachten van de Willibrordusschool waren o.a. De Leur, Pouw, Muysenberg, Kasbergen en natuurlijk juffrouw Dunselman. Zij heeft lesgegeven van 1930 tot 1967. Zij was de zus van de winkelier Dunselman aan de Damlaan 1.

Bron: bouwarchief gemeentearchief Leidschendam-Voorburg. Detail originele ontwerptekening school en patronaatsgebouw Damlaan jaar 1914

Het patronaatsgebouw is vele jaren dé plek geweest voor (Sinterklaas) feesten, bijeenkomsten Middenstandsbeurzen, en film en toneelvoorstellingen. De naam “De Witte Kakatoe” zal voor vele Leidschendammers weemoedige herinneringen naar boven brengen aan de vele dansavonden en mooie momenten.

 

Damlaan 42

Hulptelegraaf kantoor en postkantoor

Op verzoek van het Ministerie van Waterstaat, wordt op 18 augustus 1919 bij burgemeester en wethouders van Veur een verzoek ingediend tot de bouw van een post en telegraafkantoor met directiewoning aan de Damlaan. Volgens het originele ontwerp, biedt het postkantoor ruimte voor o.a. een laad en losplaats met aangrenzend een bestellers kamer, een groot kantoor met wachtkamer en een kolenopslag.

Bron: bouwarchief gemeentearchief Leidschendam-Voorburg. Detail originele ontwerptekening postkantoor uit 1919 / voorgevel

Er waren in 1919 al inwoners van Veur die beschikten over “eene particuliere telefoonaansluiting”. U kunt hierbij denken aan de burgemeester, Blonk de graanhandelaar, Metz de notaris en de eerste geneesheer van Stompwijk de heer De With. Zijn patiënten konden hem in een noodsituatie niet bellen, want zij hadden geen telefoon. Het oude postkantoor uit 1919 heeft begin jaren 70 plaats gemaakt voor het huidige postkantoor. Helaas ging dit postkantoor in juli 2011 voorgoed dicht.

 

Damlaan 2

Drukkerij van der Togt. / Excelsior familie Houdijk

In augustus 1925 krijgt de heer C.J. van der Togt, van beroep assuradeur, toestemming om aan de Damlaan 2 een werkplaats/drukkerij te bouwen. De heer Cornelis Johannes van der Togt, begint in 1909 een uitvaartonderneming. Vanuit zijn professie zoekt hij een mogelijk om in eigen beheer zijn drukwerk te maken. Binnen enkele jaren, wordt de drukkerij overgenomen door de heer Houdijk. De heer Houdijk begint met een handdrukmachine waarbij je aan het wiel moest draaien, later werd deze vervangen door een electrische drukpers. De stroomvoorziening voor deze drukpers gaf tijdens de Tweede Wereldoorlog nog weleens problemen. Drukkerij Excelsior drukte in deze periode ook het (nooit uitgegeven) noodgeld van de gemeente Leidschendam.

Bron: foto beeldbank Leidschendam-Voorburg  LvD 47 jaar 1955. Personeel drukkerij Excelsior pand Damlaan 2

Door de toenemende werkzaamheden wordt er in 1960 achter de drukkerij een extra werk ruimte gebouwd. In 1973 wordt op de hoek van de Damlaan en de Zaagmolenstraat de eerste paal geslagen voor de uitbreiding van drukkerij Excelsior. Op vrijdag 17 mei 1996 verhuist de gehele drukkerij naar het nieuwbouwpand op het Forepark. De kleinzoons Jos en Erik Houdijk zullen hier het bedrijf van hun opa voortzetten. Tot aan de sloop van het pand aan de Damlaan zal de ruimte door de dochter van Jos Houdijk gebruikt worden als copy shop en verkooppunt van familiedrukwerk. Op de hoek van de Damlaan –Zaagmolenstraat is nu het Chinees specialiteiten restaurant Ming Yeg gevestigd.

 

Damstraat historie

De aanblik van de Damstraat anno 1915 is nu, 100 jaar later, onherkenbaar. Het enige herkenbare punt is de toren van de HH Petrus en Pauluskerk aan de Sluiskant. Volgens het adresboek bestond Veur in 1918 uit 1805 zielen. Het was mede door de R.K. geloofsovertuiging een kinderrijk dorp, waar generaties elkaar hebben zien opgroeien. Bij de kerk zien we de R.K. meisjesschool, het klooster werd ook wel het St. Jozef gesticht genoemd. Het hoofd van deze bijzondere school voor RK meisjes was mejuffrouw C. Hovernier.

In de Damstraat waren naast veel opslagloodsen ook diverse bedrijven gevestigd o.a Ruiterman en Van Riel, beiden barbier; Van Baren wooninrichting; Bleijs huisschilder; glazenmaker annex drogisterij “De Gaper“; Van der Velde klokkenmaker en fotograaf; Lakkerwa de smid; en voor ieders veiligheid was er nog het brandspuithuisje. Bart van der Velde was naar alle waarschijnlijkheid de eerste fotograaf van Veur.

Bron: foto beeldbank Leidschendam-Voorburg P 1915-7. De Damstraat gezien richting de Sluiskant, links bij het houten hek is nu de Zaagmolenstraat

 

Damstraat heden

Groenteboer van Rijn / slager Scholten

Het is 1964, als de vader van Cock van Rijn de groetenwinkel overneemt van Wensveen aan de Damlaan 7. Van Rijn is een begrip op het gebied van groente en fruit, en kent vele trouwe klanten zowel particulier als uit het bedrijfsleven. Maar de smaak van de consument blijft veranderen en dat zorgt voor het nemen van bewuste keuzes.

Advertentie Van Rijn, weekblad Het Krantje oktober 1986

In 1997 verhuist de groentewinkel naar het nieuwe pand aan de Damstraat 4. Na een grondige verbouwing opent in december 2015 de geheel vernieuwde groentewinkel haar deuren. Vers is al meer dan 60 jaar de passie en traditie bij de familie Van Rijn. Het is een winkel geworden met een eigentijdse uitstraling, waarmee dochter Chantal (als het zover is) haar vader zeker zal gaan opvolgen in een prachtige winkel.

 

Damstraat 2 c

Slagerij Piet Scholten

Piet Scholten komt uit een echte slagersfamilie. Zijn opa  M.J.J. Scholten, geboren 1895 te Zwolle, koopt in 1922 een pand in de Voorstraat in Poeldijk. Enkele jaren later geeft hij de architect Jan van Vliet opdracht om op deze plaats een nieuwe woning met winkel te laten bouwen. De heer M.J.J. Scholten was een traditionele slager die nog zelf slachtte.

Spekslagerij M.J.J. Scholten, Voorstraat Poeldijk  jaren 20. Op de etalageruit prijkt een bordje met de tekst  “1e prijs winkel etalage”

Piet Scholten (inmiddels de 3e generatie) begint begin van de jaren 80 als keurslager aan de Damlaan 15. In 1997 wordt de slager door het kwaliteitsbewaking bureau Levensmiddelen (KBBL) voor zijn rundergehakt beloont met een cijfer 10. In september 1998 verhuist Piet Scholten naar het nieuwe pand aan de Damstraat 2c. Net zoals zijn opa, streeft Piet samen met zijn zoon Jean naar het volmaken van de ambachtelijkheid binnen het slagersvak en het uitdragen van vakmanschap.

 

De Venestraat algemeen

 

Bron: foto beeldbank Leidschendam-Voorburg  LFC 1910-3. De noordzijde van de Venestraat in 1910, gezien van oost naar west met links het Achterom.

De Venestraat, al vele eeuwen gelegen tussen de polders en het omringde water. Waar generaties hun nering vonden in het uitvenen van het omliggende veengebied en het verkopen van turf als brandstof.  Toen in de Middeleeuwen de bevolking bleef groeien en het hout steeds schaarser werd kwam turf als brandstof in gebruik. Een kleine gemeenschap, welke in de Middeleeuwen toebehoorden aan het ambacht van Zoeterwoude. In de 17e eeuw stonden aan beide zijde van de Venestraat twee herbergen. Aan de noordwestkant kocht Jan Jacobszn. Westhouck in 1650 “ene huys en erve“ en maakte van dit pand de herberg De Stad Amsterdam. In 1871 is dit pand verkocht aan Johannes Blonk.

In 1674 erft Adrianus Arienszn. Hammerlean de Jonge “een huys ende erven geleegen op den houck van de Venestraat”. Hammerlean stichtte hier direct de herberg De Admiralen Tromp en de Ruyter. Op het Minuutplan van Stompwijk in den jare 1812, is duidelijk te zien dat er aan beide zijde van de woningen van de Venestraat water liep. Aan de noordzijde liep de Smidssloot welke begon aan de Vliet en eindigt aan het einde van de Venestraat in de Starrevaart. Deze Smidsloot is in 1940 pas gedempt.

Op de plek waar nu de woningen aan de Venestraat 101 en 103 staan, stonden in de 18e eeuw kleine arbeidswoningen. Bij opgravingen van de Archeologische Werkgroep in 1990 zijn zelfs fundamenten aangetroffen welke teruggaan naar de 17e eeuw. Aan de hand van de oudste gegevens uit het bouwarchief van het gemeentearchief, zien we dat de meeste (nog bestaande) woningen in de Venestraat zijn gebouwd in de periode eind 19e begin 20e eeuw. Een van de oudste bouwtekeningen uit het bouwarchief is die van het pand Venestraat 37 daterend uit het jaar 1889.

In de notulen van de vergaderingen van burgemeester en wethouders van 17 juni 1890, zien we dat het gemeentebestuur voornemens is om bij de vijf straten in den kom dezer gemeente genaamd Delftschekade, Sluisplein, Veenestraat, Leidschekade en het Achterom ijzeren naambordjes aan te brengen. De kosten worden beraamd op NLG 1,32 per bordje. Het is aannemelijk te veronderstellen, dat dit de eerste officiële straatnaambordjes zijn welke het gemeentebestuur van Stompwijk plaatst.

In de 20 e eeuw was de Venestraat een smeltkroes van ambachtelijke werklieden en bedrijven, het geratel van karrenwielen en het gebruik van een hondenkar behoorden tot het dagelijks straatbeeld. Naast deze nering was er ook veel armoede, vele woningen waren slecht en de naast gelegen sloten werden voor verschillende doeleinden gebruikt. Wie geen geld had om een woning te huren kon gebruik maken van een woning aan het einde van de Venestraat. Deze woningen werden in de volksmond “het toevlucht” genoemd. Tegenover deze woningen stond het tolhuis. Het tarief uit 1921 op den Kostverlorenen -Wilsveensche wegen, gelegen binnen de Stompwijk bedroeg o.a. voor een voertuig op vier wielen 2,5 cent, voor elk runderbeest 2,5 cent en voor een motorrijtuig op vier luchtbanden 30 cent.

 

Venestraat 1 / Sluisplein

Als u medio 17e eeuw op dit punt zou staan, zou u deelgenoot zijn geweest van de bloeiende handel rond het sluisgebied. Rond 1650 floreert de trekschuitdienst Amsterdam – Delft, en de vele (vermoeide) passagiers maakten op hun doorreis graag gebruik van een versnapering bij de omliggende herbergen. Zo ook bij de herberg De Stad Amsterdam op de hoek van de Veenestraat en het Sluisplein. Jan Jacob Westhouck koopt hier in 1650 “deze huyse ende erve”. In 1663 maakt hij van dit pand een herberg. Het pand werd omschreven als “eene seeckere huysinghe ende stallinge, kookhuyse, schuyr en verdere getimmerten, gelegen aan de Leytschendam op den houck van de Landscheydinge eene neeringrycke herberge alwaer Amsterdam uythangt”

In 1871 verkopen de erfgenamen van ene Cornelis de Vet het pand voor NLG 4.100,00 aan Johannes Blonk. Een aantal generaties Blonk zou de levensmiddelenwinkel voortzetten. Het pand zou uiteindelijk 135 jaar in eigendon blijven van de familie Blonk. In 2006 koop Stadsherstel Den Haag dit monumentale pand om het weer volledig in oude glorie te herstellen. De grondige verbouwing werd eind 2007 voltooid.

Bron: beeldbank gemeentearchief leidschendan-Voorburg LP 1925-10. Venestraat, gezien vanaf de noordelijke sluisbrug en het kruispunt met de Leidsekade en het Sluisplein. Rechts de kruidenierszaak van Blonk, voorheen herberg De Stad Amsterdam. Ansichtkaart.

 

Venestraat 12

Slagerij Deurloo

De in Voorschoten wonende Cornelis Deurloo krijgt in februari 1910, van de gemeente Stompwijk toestemming voor het bouwen van een spekslagerij met winkel en woonhuis voor het pand in de Venestraat wijk B no 88 (Venestraat 12).

Advertentie officieel adresboek Stompwijk-Veur, jaar 1918

In 1924 vraagt Cornelis Deurloo met verschuldigde eerbied richting B&W van Stompwijk, toestemming voor het realiseren van een electrische koelkast. De kosten voor deze koel installatie worden geraamd op NLG 2.500,00. Zijn zoon Izaak (Sjaak) Adriaan, geboren in 1919 komt na zijn schooltijd in de zaak. In 1937 heeft Vleeschhouwerij en spekslagerij C. Deurloo & Zn telefoonaansluiting 111. In 1961 sluit slagerij Deurloo zijn deuren.

 

Venestraat 16-20

Slagerswinkel en slachthuis Van den Akker

De in 1847 in stompwijk geboren Isaak Niekerk, van beroep koopman en vleesschouwer, laat op een perceel grond kadastraal F 874 gelegen aan de Venestraat B huisnummer 89 (later Venestraat 16) een pand bouwen. Uit de kadastrale leggers van Stompwijk over de periode 1832- 1913, blijkt dat Isaak nog meer huizen en weilanden rond de Venestraat bezit.

In 1906 verkoopt Isaak dit pand aan zijn zoon Salomon Niekerk, die het op zijn buurt in 1917 verkoopt aan de boterkoopman Abraham Hubertus van de Akker. Zij laten het pand in datzelfde jaar door de aannemer Jan Willem IJsbrand Kleingeld verbouwen tot twee bovenwoningen met winkelhuis en slachtplaats. Geheel links met de twee grote toegangsdeuren komt de slachtplaats met daarnaast de winkel, en geheel rechts de voorkamer en een alkoof. In de slachtplaats komt volgens tekening een schoorsteen voor het plaatsen van een waterkookfornuis. Abraham Hubertus van den Akker is zelf ook niet onbemiddeld, hij bezit zowel in de Tedingerbroekpolder en de Starrevaartpolder diverse weilanden met huizen en schuren. Op het huidige pand, verwijst de symboliek van de twee runderkoppen nog naar de geschiedenis van dit pand. Het venster tussen de huisnummer 18 en 16 was de oorspronkelijke winkelruit.

Pand Venestraat 20-18

 

Venestraat 22-24

Geneesheren Keukenmeester en Huijser

De in 1816 in Maasland geboren Johannes Adam Keukenmeester vestigt zich in 1839 als heelmeester in de Venestraat 22. In 1890 werd hij opgevolgd door zijn schoonzoon Piet Huijser. De heer Huijser studeerde in 1889 aan de Rijksuniversiteit van Leiden af als doctor in de geneeskunde. In 1901 wordt Huijser tegen een jaarwedde van nlg. 37,50 door het gemeentebestuur van Stompwijk benoemt als 2e gemeente geneesheer. In 1910 was hij medeoprichter van “Vereniging gepaste Voorzorg”, een ziektekostenverzekering voor de minima. De heer Huijser liet aan het einde van de 19e eeuw in de Venestraat 22-24 een nieuw pand bouwen. Dit nog bestaande pand bestond uit een huisartsenpraktijk, apotheek en woonhuis en inpandige garage. Huijser bezocht zijn patiënten in Veur en Stompwijk altijd steevast met een koets.

Bron: beeldbank Leidschendam-Voorburg  LF 1907-7. De zuidzijde van de Venestraat gezien vanaf de Leidsekade. De arts Huijser staat voor zijn pand aan de Venestraat 22-24 om met ingespannen koets zijn patiënten te gaan bezoeken. Naast hem staat zijn huishoudster.

Tussen 1931 en 2000 zullen vader en zoon Perquin als dokter hier werkzaam zijn. Maar in 2000 valt na 161 jaar het doek voor deze huisartsenpraktijk in het statige pand aan de Venestraat 22-24.

 

Venestraat 30

Kruidenierswinkel van Vreeswijk

Het is 1932, als Adrianus Arnoldus Vreeswijk als klompenmaker langs de deuren gaat. Hij woont in Zoeterwoude, maar vent zijn klompen en huishoudelijke artikelen zoals zeep en chloor ook in de naburige dorpen. Op zijn 22e gaat hij naar Stompwijk, waar hij werkt in een schuurtje naast de manufacturenwinkel van C.J. van Veen. Na zijn huwelijk in 1937 met Johanna Helena van der Meer, dochter van de waterstoker Gerrit van der Meer uit de Rodepannebuurt, verhuizen zij naar het pand aan de Venestraat 67. Op vrijdag 6 mei 1938 wordt de winkel aan de Venestraat  67 officieel geopend. Het uitgebreide assortiment bestaat o.a. uit klompen, klompensokken, wasch en poetsmiddelen, Delta zeep, koffie – thee en  tabak. Alles beleefd aanbevolen door Adrianus Vreeswijk.

Bron: beeldbank gemeentearchief Leidschendam-Voorburg LF 1955-129. Sinterklaas advertentie uit 1955

Het gezin Vreewijk bestaat inmiddels uit 8 kinderen en langzamerhand wordt het huis aan de Venestraat 67 te klein. In de tijd dat er nog geen koelkasten waren bewaarden mensen hun voedsel op allerlei manieren. Sperziebonen en zuurkool werden in Keulse potten bewaard, flink gezouten met een theedoek en een zware steen erop. Appels werden op de zolder te drogen gelegd. Er werd ook van alles in flessen “geweckt”. Als in 1960 de schoenenzaak van Haagen aan de Venestraat 30 verhuist naar een nieuw pand aan het Damplein, ziet Adrianus Vreeswijk zijn kans schoon. Op 15 december wordt de nieuwe kruidenierswinkel aan de Venestraat 30 geopend.

Door de ruimere winkel en een uitbreiding van het assortiment gaat de winkel nog beter draaien. Door de toenemende klandizie wordt er overgegaan op het zelfbedieningssysteem. In 1968 werd het assortiment zelf uitgebreid met groente en fruit. Oude rituelen in de Middenstand zoals het “op de pof kopen” werden afgeschaft. Maar het oude boodschappenboekje blijft gehandhaafd. Vreeswijk zou decennia lang een zeer bekende naam zijn in de Venestraat, en in april 1992 viert de familie het 60 jarig bestaan van hun bedrijf. Maar door de hevige concurrentie van de supermarkten, met langere openingstijden lagere prijzen en een nog breder aanbod valt op 1 mei 2001 het doek voor de kruidenierswinkel.

Een van de zonen van Adrianus, Jan Vreeswijk begint als vervent verzamelaar (tot dat het pand aan de Venestraat 30 wordt verkocht) op 8 december van dat zelfde jaar een klein museum vol met herinneringen aan vroeger. Merken als Sunlight, Lodaline, Radion en Persil zijn hier dan ook rijk vertegenwoordigd. In het pand aan de Venestraat 30 zit nu de huisartsenpraktijk van dokter Geels.

 

Venestraat 37

Manufacturenwinkel van Veen

Het bouwjaar van dit pand aan de Venestraat 37 is onbekend. Onderstaande tekening is het oudste bewijs van het ontstaan van dit pand.

Detail bouwarchief pand Venestraat 37, tekening 1889

In 1923 koopt Cornelis Johannes van Veen dit pand om er een textielhandel te beginnen. Het pand zal in de loop der jaren nog diverse keren worden verbouwd. Coby van Veen, de dochter van Cornelis Johannes van Veen, zou uiteindelijk 75 jaar achter de toonbank van deze winkel staan. De winkel stond bekend om het uitgebreide assortiment. Op 17 februari 2015 sluit de winkel met een allerlaatste uitverkoop haar deuren. De winkel heeft dan uiteindelijk 92 jaar bestaan.

 

Venestraat 56

Limonade en likeurfabriek Paul Verlaan

Paulus Verlaan, geboren in 1878 te Stompwijk, zou in mei 1931 opdracht geven tot de bouw van een (limonade) fabriek Het vorige pand aan de Venestraat deed al dienst deed als hoofdagentschap der Beiersch bierbrouwerij De Amstel”.

Bron beeldbank gemeentearchief Leidschendam-Voorburg LF 1930-4 Electrische Fabriek van koolzuurhoudende dranken en hoofdagentschap van de bierbrouwij De Amstel van P. Verlaan, Venestraat 54a – 56.

Paulus Verlaan van beroep koopman en bierhandelaar levert zijn Amstel bier o.a. aan het café “Nooit Gedacht” aan de  Venestraat 57. De familie Verlaan had naast het pand 54-56 nog diverse andere panden en pakhuizen in de Venestraat. De heer A. Verlaan liet in 1909 een schilderwerkplaats bouwen aan de Venestraat 61. In november 1944 diende de limonadefabriek als locatie voor het uitdelen van voedsel.

In 1972 stopt de familie Verlaan met de fabriek en wordt het pand verkocht aan bierbrouwer Heineken. Na 1975 wordt de fabriek na 46 jaar definitief ontruimd, en komt er een einde aan dit bedrijf. De oorsprong van de limonadefabriek begon begin 20e eeuw in de kruidenierswinkel van Paul Verlaan, welke was gelegen aan de overzijde in het pand Venestraat no. 43. Paul Verlaan had samen met zijn vrouw Geetruij de Haan, begonnen aan het begin van de 20 e eeuw met een kruidenierswinkel aan de Venestraat 43. Dit pand werd vermoedelijk in 1889 gebouwd. Hier werd jaren later het idee geboren om een limonadefabriek te beginnen.

Bron: beeldbank gemeentearchief Leidschendam-Voorburg LF 1928-12 Kruidenierswinkel van P. Verlaan in de Venestraat nr. 43. In de deuropening mevr. G. Verlaan-de Haan en naast haar hun dochter Marie.

Na een verbouwing aan de o.a. de voorgevel van dit pand, begon Aad van den Akker in 1973 hier een wasserij / stomerij. Het pand is uiteindelijk in november 2005 gesloopt om plaats te maken voor de huidige nieuwbouw. Bij de verbouwing zijn in de kelder diverse tegels aangetroffen, welke waarschijnlijk afkomstig zijn uit het midden van de 17e eeuw.

 

Venestraat 57

Café Nooit gedacht

De bouwdatum van dit pand is onbekend, maar aangenomen wordt dat het pand in zijn huidige vorm dateert uit het begin van de 20e eeuw. In mei 1909 zijn zowel de voor als zijgevel van het gebouw veranderd. Waarbij de zadelmakerij wordt verplaatst naar het terrein achter het perceel. Tevens worden de privaten voorzien van sanitaire potten met waterleiding. In de aanvraag uit 1909 noemt men dit café “De blauwe bal”. In het gemeentearchief Leidschendam-Voorburg, komen bij de inventaris “Registers van de vergunningen tot verkoop van sterke drank in het klein te Stompwijk” voor dit pand al 1882 een drankvergunning voor. De vergunning voor dit pand staat op naam van Wilhelmus Hendricus Sluiter.

Latere eigenaren van dit pand (kadastraal genoemd F 1088) zijn o.a. Johannes Adrianus van Dijk van beroep winkelier als Paulus Verlaan samen met Hendrik Krijn beide van beroep koopman. Als cafébaas zien we Jacobus S. van Rijn. Uit gegevens van het adresboek uit 1931 blijkt dat hij ook woonachtig is op het adres Venestraat 57.

Bron: bouwarchief gemeentearchief Leidschendam-Voorburg, originele bouwtekening café uit het jaar 1909 

 

Venestraat 99

Café “Ruimzicht

In december 1909 geeft de heer G.C. van der Schie (zelf caféhouder te Pijnacker) opdracht om het huidige pand, staande op het perceel kadastraal sectie F 889 in Stompwijk, geheel af te breken en op de oude fundamenten een café met woning te bouwen. Vanwege het uitgestrekte uitzicht over de omringende polders noemt hij het café “Ruimzicht” Het gemeentebestuur van Stompwijk verleend op 31 december 1909 de bouwvergunning.

Bron: bouwarchief gemeentearchief Leidschendam-Voorburg, detail originele bouwtekening Venestraat 99  café Ruimzicht het jaar 1909 

Het huidige café bestaat nu ruim een eeuw. Een café met een dorps karakter welke in de loop der jaren vele malen is verbouwd en gewisseld van eigenaar. Van de familie van Lochem naar Aad van de Akker, van Orso Onno BV tot aan de Turkse uitbaters Neri en Recai Buyuknisan.

 

Verloren nering Venestraat nabij het Achterom

Voorbij het café “Nooit Gedacht” aan de Venestraat 57, bestond de Venestraat, eind 19e tot medio 20e eeuw, voornamelijk uit arbeiderswoningen enkele kleine fabriekjes en middenstand. Omdat de meeste woningen bouwvallig waren en soms onbewoonbaar, zijn deze vervangen door moderne nieuwbouwwoningen, hiermee is ook de fysieke geschiedenis van dit stukje van de Venestraat verloren gegaan.

Bron: beeldbank gemeentearchief Leidschendam-Voorburg LF 1905-13. Gedeelte van de Venestraat tussen Achterom en Nieuwstraat, gezien naar het oosten.

Opmerkelijk is wel, dat juist in dit gedeelte van de Venestraat een aantal bijzondere bedrijven zich hebben ontwikkeld:

  • De luxe bakkerij van H.W. Kloosterman Venestraat 70
  • Carrosseriebedrijf van W. Vader Venestraat 77
  • Electrische carrosseriebedrijf en wagenmakerij J. Th. Scheenaard Venestraat 116-118
  • De eerste Nederlandse Electrische IJsfabriek van Joop Blom Venestraat 125
  • De electrische hoef, kachel en grofsmederij van I. Rijper Venestraat 142
  • De dropfabriek DUZO (dubbel zout) pand Venestraat 89-91 (Periode 1947-1950)

 

De Jagersstraat / Damhouderstraat

De Jagersstraat, vernoemd naar de “schuitenjagers” en het jagen langs het jaagpad. Een schuitenjager werd ook wel scheepsjager genoemd.

Bron: beeldbank gemeentearchief Leidschendam-Voorburg LF 1928-06. Woningen Venestraat in 1928 voor de doorbraak aanleg Jagerstraat 

Medio jaren 50 begint de gemeente met de afbraak van de woningen 34-40 aan de Venestraat om zo plaats te maken voor doorbraak naar de Jagersstraat.  Op oude kaarten uit het begin van de 19e eeuw, zien we dat de huidige Leidsekade “de Jagersbuurt” wordt genoemd. Er waren in deze buurt  veel  stallen waar de paarden stonden voor de trekschuitdienst. Bij gebrek aan paardenkracht werden mannen, vrouwen en zelfs kinderen ingezet om de trekschuit langs het jaagpad voort te trekken. Bekende schuitenjagers waren o.a Leen van Rijswijk, Jan Brusse (bijgenaamd de boef)  Chiel van Kuijk  en Johan Verdouw. Niet alleen in de Venestraat moesten woningen wijken, maar ook naast het zg. kerkslop van de Hervormde Kerk moesten woningen worden afgebroken om de doorbraak naar de Damlaan mogelijk te maken.  

Bron: beeldbank gemeentearchief Leidschendam-Voorburg LKFD 1957-80. Achterzijde van de huizen Sluisplein 17-20, gelegen (gezien vanaf de achterkant van de woningen) links naast het kerkslop van de Hervormde Dorpskerk aan het Sluisplein, gesloopt bij de doorbraak naar de Damhouderstraat eind 1955. Het wasgoed hangt wel keurig aan de lijn te drogen, maar de huizen waren vochtig en soms erg bouwvallig.  Het woongenoot was dan ook navenant.

In 1957  zijn ook de woningen aan de Damhouderstraat zo goed als klaar, en vormen zij qua bouwstijl één geheel met de woningen aan de Jagersstraat. Een “Damhouder” is een toezichthouder op de verlaten en duikers.

 

Sluisplein 11

De oudste slagerij van Leidschendam

Martinus Johannes Roozenburg geboren in 1873 te ’s Gravenhage, begint 1893 in het pand Sluiskant 26 een spekslagerij.  In 1900 verhuist hij naar het pand aan Sluisplein 11. Zowel zijn vader Albertus Johannes Roozenburg als zijn opa Martinus Roozenburg waren bleeker van beroep.

Bron: beeldbank gemeentearchief Leidschendam-Voorburg LvD 1910 jaar 1910. Sluisplein met links het winkelpand van Blonk in het midden de Hervormde kerk  en rechts het sluiskantoor (met portaal). Midden links is het pand van de slagerij Roozenburg. Ansichtkaart.

In mei 1925 krijgt de heer Roozenburg, in verband met het uitbreiden van zijn slagerij, een vergunning voor het plaatsen van een machinale koelinrichting. De koelinrichting zal rechts achter in de winkel net voor de woonkamer worden geplaatst. In 1946 is de zaak overgegaan op de zoons Kees en Antoon. Vroeger werd in de slagerij nog zelf geslacht en uitgebeend. Door de toenemende scheepvaart behoorde de schippers tot de vaste clientèle, zij kwamen vaak voor de befaamde bloedworst. Slagerij Roozenburg heeft diverse keren prijzen gewonnen op de slagersvaktentoonstellingen.

Martien, de zoon van Kees Roozenburg, neemt samen met zijn vrouw Elly Roozenburg – Mahieu  als 3e generatie in 1974 de zaak van zijn vader over. In mei-juni 1993 viert de slagerij haar 100 jarig bestaan. Het assortiment wordt uitgebreid en aangepast aan de vraag van de consument. Zo gaat Roosenburg ook barbecues en steengrillen verhuren Maar ondanks alle inspanningen en de lange werkdagen vind het bedrijf geen opvolger. Op 1 december 2001 sluit na 108 jaar  deze ambachtelijke slagerij voorgoed haar deuren.

 

Sluiskant 22

Cornelis Petrus van Leeuwen / restaurant De Oude Melkhandel

Het pand aan de Sluiskant 22 kent een lange geschiedenis. Voordat het huidige pand werd gebouwd stond er op deze plek een rietgedekt boerderij met aangrenzend enige woningen. De familie was zo trots op deze boerderij dat zij er diverse fotografische opnamen van lieten maken. Het is aannemelijk dat zij hiervoor de Bart van de Velde hebben gevraagd, hij was uurwerkmaker en fotograaf en had een winkel aan de Damstraat 17.

Foto: fotocollectie mevrouw van Kooperen Zicht op de Sluiskant en Damstraat voor het jaar 1898 met uiterst links de bakkerij van Melzen

In 1898 besluit de familie van Leeuwen om de boerderij met de 2 aangrenzende woningen, waarvan de meest rechter woning stamt uit 1705, af te breken om er een nieuw pand te laten bouwen. Cornelis Petrus van Leeuwen is geboren in 1849 te Veur. Op 03 september 1901 werd hij benoemd tot wethouder, hij volgde hiermee de heer G.W. Boonenkamp op. Door deze positie had  hij binnen Veur  qua politieke besluitvorming zeker een mate van zeggenschap. De koeien van Petrus van Leeuwen liepen in de zomer op het weiland achter de Sint Willibrordusschool aan de Damlaan. In de wintermaanden stonden de koeien op stal in de Damstraat Als gevolg van de strengere regelgeving binnen de zuivelhandel aan het begin van de 20 eeuw mochten er geen melk / melkproducten meer verkocht worden op elke willekeurige boerderij. De verkoop moest voortaan plaatsvinden via winkels Om aan deze regelgeving te voldoen bouwden sommige boeren een winkel naast of achter hun boerderij. Petrus van Leeuwen had met het bouwen van zijn nieuwe pand een vooruitziende blik.

Tijdens het wegbreken van een muur bij de renovatie van het pand in 2006, kwam er flesje bier tevoorschijn. Bij dit flesje lag ook een handgeschreven briefje met de volgende tekst: “Dit gebouw is nieuw gezet in het jaar 1898 door allerlei dronken metselaars en timmerlieden, men moest zuipen of men wilde of niet. Ik heb eerst de flesch leeg gedronken eer hij in de muur ging”

Foto: het gevonden bierflesje uit 1898 en de originele vloertegels uit het pand Sluiskant 22

Foto: fotocollectie mevrouw van Kooperen. Zicht op de sluiskant met het nieuwe pand aan de Sluiskant anno 1900

De geschiedenis van dit pand leeft voort, want in de voormalige melkwinkel zit nu een sfeervol, goed restaurant.

 

Sluiskant 23 – 25

De zeilmakerij van Abraham Jongerbloed

Het is 1746 als Gerardus van den Bergh, Schepen van de Heerlijkheid Veur, op een perceel grond gelegen bij de noordelijke sluis aan den Leytsche Dam een pand laat bouwen met aan weerzijde twee kleinere woningen. In 1780 komt dit pand in handen van Johannes van Buuren hij is de eigenaar van de herberg De Vier Heemskinderen aan de Sluiskant. De drie woningen beschikte in die tijd maar over één secreet (wc. in de tuin).

Via de vererving van haar oom, komt Barbara Swanenburg rond 1823 in het bezit van het huis met de zijlmakerij. Een jaar eerder op 18 januari 1822 is zij te Veur in het huwelijk getreden met meester zeilmaker Abraham Jongerbloed. Er wordt vaak gedacht dat in de zeilmakerij alleen maar zeilen werden gemaakt voor de scheepvaart, maar er werden ook zeilen voor molens gemaakt o.a. voor de houtzaagmolen De Salamander. Uit het aanslagbiljet van 1831 blijkt, dat Abraham niet alleen belasting betaalden over zijn huis, maar ook over het aantal vensters en haarden. Deze laatste werden in die tijd gezien als teken van rijkdom.   Hun zoon Johannes Adrianus, geboren te Veur in 1827, komt in het dienstjaar 1912 voor in het Kohier van den Hoofdelijke omslag te Veur. Zijn inkomen wordt dan geschat op 25.000 gulden. Hij betaald over dit bedrag 369,00 gulden belasting.

Bron: beeldbank gemeentearchief Leidschendam-Voorburg LF 1925-70. Panden Sluiskant 23-25 gezien vanaf de noordelijke sluisbrug.

Johannes Adrianus heeft tijdens zijn leven veel boerderijen verkocht en verpacht. Deze boerderijen kregen vaak de naam “Voorzorg” (o.a. boerderij Wilsveen 2). In 1881 erft hij ook de scheepswerf aan de Sluiskant. Deze komt later in handen van achterneef Dirk den Baars. We kennen deze plek begin 20e eeuw beter als “uitspanning en theetuin Den Baars”

Bron: beeldbank gemeentearchief Leidschendam-Voorburg LF 1930-35. Uitspanning en theetuin Den Baars (later Paviljoen van Dongen), Sluiskant 30 - 32, gelegen achter de r.-k. kerk H.H. Petrus en Paulus. Rechts de scheepswerf.

Zijn zoon Johannes Adrianus was zeer begaan met het Christelijk Onderwijs. Hij was ook degene die er voor heeft gezorgd dat met zijn financiële hulp de school met de Bijbel in de Damstraat tot stand kwam. Na zijn overlijden in 1913 heeft hij de panden Sluiskant 23 tot 25 gelegateerd aan “de Vereniging tot oprichting en instandhouding eener School met den Bijbel”. In het pand aan de Sluiskant 24 woonde het schoolhoofd. Na bijna 270 jaar staat dit pronkjuweel nog steeds aan de sluiskant en is het bekijken meer dan waard.

 

Sluiskant 28-29

Schuilkerk aan het Slop / Petrus en Paulus kerk

Verborgen achter een huisje op de hoek van het Kerkslop (later de Kerkstraat) en de Damstraat ontstond in 1749 een kleine (schuil) kerk, hier werden zg. “stille missen “ gehouden. De katholieke inwoners van Veur, landbouwers en veehouder en tuinders vierden de liturgie in een schuur, deze stond halverwege de Vliet en de weg naar Voorschoten in de polder de Rietvink ten zuiden van de Vaar of Kerksloot. Men spreekt in die tijd over een RK “statie”, dit was vaak een woning, pakhuis, schuur of boerderij waar gelovigen voor de eredienst bijeenkwamen.

Na jaren voorbereiding kon men1829 beginnen met de verbouw en vergroting van de te kleine geworden schuilkerk. In december 1831 werd de nieuwe kerk aan de Damstraat officieel ingewijd. Nadat na de komst van de Fransen aan het einde van de 18e eeuw godsdienstvrijheid was ingevoerd, mochten de katholieken weer echte kerken bouwen. En dat gebeurde ook in het katholieke Veur. Nadat in 1870 een gedeelte van de herberg ’t Eiland gedeeltelijk door brand was verwoest, bood de eigenaar Willem Lodewijk van Berckel zijn bezit te koop aan. De r.-k. kerk kocht de grond en liet hier door de architect Margry een kerk bouwen. Het gebouw is een kruisbasiliek in neogotische stijl met ronde vormen. Binnen zijn er muurschilderingen van kunstschilder Jan Dunselman.

Originele ontwerptekening architect Margry jaar 1878

In deze kerk zult u geen grafzerken aantreffen. Al in 1804 verbood Napoleon om mensen in een kerk te begraven, echter vanwege het financieel belang voor de kerk werden mensen nog geruime tijd in de kerk begraven. In 1869 werd de Begrafeniswet ingevoerd. Hiermee werd het begraven in kerken definitief onwettig. Vanaf dat moment werden op grote schaal begraafplaatsen buiten de stad aangelegd. De katholieke inwoners van Veur  hebben vele eeuwen hun laatste rustplaats gevonden op het St. Agatha kerkhof aan de Veurse Achterweg. De r.-k. kerk was er niet alleen voor de geestelijke bijstand, maar er was ook sprake van de mogelijkheid om geld te lenen via de kerk. De kerk nam ook regelmatig particuliere schenkingen en legaten aan. Vaak bepaalde de erflater, dat er als tegenprestatie een Heilige mis moest worden opgedragen ter nagedachtenis aan zijn / haar zielrust of die van de overleden ouders.

Het R.K. geloof heeft in een kleine parochie als het agrarische Veur grote invloed gehad op het dagelijks maatschappelijk leven. Het was geen ongebruikelijk beeld, dat de pastoor op zondag op bezoek ging bij zijn beminde parochianen. De gesprekken vonden meestal plaats in de luxe voorkamer of het voorhuis van de boerderij. Het beste theeservice stond op tafel en er werd al rokend met een sigaar gepraat over de beleving van het katholieke geloof en de (wellicht toekomstige) gezinsuitbreiding.

Vanaf de hervorming van de r.-.k. kerk (het concilie van Trente), begon de kerk vanaf het midden van de 16 eeuw met het bijhouden van kerkregisters. Deze Doop, Trouw en Begraafboeken bieden ons nu een schat aan waardevolle informatie over het leven van de parochianen van de afgelopen eeuwen. De kerk was wel Gods huis maar er moest door de mensen financieel worden bijgedragen. Bij het begraven van een dorpsgenoot kon je aan het aantal klokslagen horen of iemand rijk of arm was. Bij een vermogend man of vrouw hoorde je de klok diverse keren luiden. Het gebeurde in grote r.-k. gezinnen dat kinderen levenloos werden geboren, deze niet gedoopte kinderen werden vaak “achter de heg” op de begraafplaats begraven. Vele zonen uit Rooms Katholieke gezinnen gingen naar het Seminarie, en de dochters werden non en stelde zo hun leven in het teken van God.

 

Hier kunt u de wandeling downloaden als pdf.

Deze wandeling is een uitgave van vereniging Erfgoed Leidschendam. De vereniging Erfgoed Leidschendam onderzoekt en beschermt het cultuurhistorisch erfgoed van Leidschendam en Stompwijk. Wij richten ons op cultuurhistorische monumenten, karakteristieke en historische gebouwen en landschappelijke waarden.

Samenstelling en research: Idsard Bosman

Met dank aan: Lionsclub Voorburg Prinses Marianne

 

Vereniging Erfgoed Leidschendam

© Idsard Bosman 16 april 2016


terug naar overzicht

Laatste publicatie

Erf Goed Nieuws
mei 2018, jaargang 26, nummer 1

Erf Goed Nieuws mei 2018

Erf Goed Nieuws mei 2018

Lees verder Alle publicaties