Vereniging Erfgoed Leidschendam

Postbus 3027
2260 DA  Leidschendam
info@erfgoedleidschendam.nl

Uitgave: januari 2004

De schuitenjagers moeten terug naar de sluis

De schuitenjagers moeten terug naar de sluis

De Leidschendamse projectontwikkelaar Igo van Bohemen wil bij de sluis in Leidschendam een manshoge beeldengroep laten verrijzen ter nagedachtenis van de schuitenjagers, in zijn ogen de stichters van Leidschendam. Maar hoe zit dat dan met de opwinders, de sjouwers, de sluiswachters en de tolgaanders? Wie komt de eer toe het karakter van Leidschendam te hebben bepaald?

Schuitenjagers aan het werk bij de Leytsche Dam.

De ontstaansgeschiedenis van Leidschendam is genoegzaam beschreven. Maar de vraag door wie het toenmalige dorp aan de Vliet nu eigenlijk is gesticht, is nooit beantwoord.. )ten eenduidig antwoord is wellicht ook niet mogelijk, gezien de veelheid van factoren en personen die tot het ontstaan van. een gemeenschap hebben geleid. Individuen of families die bij de ontwikkeling van Leidschendam een doorslaggevende rol hebben gespeeld, zijn er voor zover bekend niet of nauwelijks. Wie rond het jaar 1000 de beslissing nam een dijk aan te leggen om het zuidelijk deel van Holland te beschermen tegen het overvloedige water dat door de Oude Rijn werd aangevoerd en via de Vliet richting Delft en omstreken werd gestuwd, is niet meer te achterhalen. Zelfs de vraag wanneer deze dam, die algemeen bekend is geworden onder de naam 'landscheiding', is aangelegd is niet precies te beantwoorden.

Uit een handvest van Graaf Willem 11, van 5 oktober 1255, blijkt dat rond 1080 met de aanleg van de dijk is begonnen. Graaf Floris de Vijfde van Holland gaf opdracht het oude Holland door ononderbroken dijken in vijf waterschappen ofwel hoogheemraadschappen te verdelen: Rijnland, Delfland, Schieland, 't Land van der Goude en 't Land van Woerden. leder waterschap had zijn eigen boezem en moest zijn water zeewaarts lozen, zonder een ander waterschap lastig te vallen. Hlet gedeelte van de landscheiding tussen Leiden en Delft kreeg de naam 'De Leytsche Dam', hoewel het in oude akten ook wordt aangeduid als de 'Dam tot Voorburgh' en de 'Dam achter Voorburgh'.

De landscheiding ter plekke van de 'Leytsche Dam' trok letterlijk een streep door de Vliet als vervoersroute. De dam, die aan haar weerszijden verschillende waterpeilen had, te weten het peil van Rijnland ten noorden en het peil van Delfland ten zuiden ervan, veroorzaakte een volledige blokkering van de doorvaart over de Vliet. Grote schepen. werden gedwongen via Gouda en. Dordrecht te varen. Vooral de scheepvaart tussen Leiden en Delft ondervond grote hinder van de dam. De Vliet als vaarweg bleef echter in gebruik, doordat schepen hun goederen ter plekke van de dam overlaadden. Haar schepen gelegen aan de andere kant van de dam. Kleinere schepen konden later over de dam worden getrokken via een aan weerszijden van de dam in het water aflopende rollenbank, een zogeheten overtoom. Het is aannemelijk dat ten gevolge van deze bedrijvigheid de eerste bewoners zich op dit punt aan de Leytsche Dam vestigden.

De Wolgaslepers, Ruslands beroemdste schilderij uit de 19-de eeuw, geschilderd door Ilya Repin. Het beeldt een groep bootslepers uit die langs de WoIga een schip voorttrekken. Deze slepers stonden op de onderkant van de sociale ladder in Rusland. Repins schildeiij geeft de slepers een heroïsche status.

De Wolgaslepers, Ruslands beroemdste schilderij uit de 19-de eeuw, geschilderd door Ilya Repin. Het beeldt een groep bootslepers uit die langs de WoIga een schip voorttrekken. Deze slepers stonden op de onderkant van de sociale ladder in Rusland. Repins schildeiij geeft de slepers een heroïsche status.

Het zijn feiten van cruciale betekenis voor de ontwikkeling van Leidschendam en het blijft moeilijk er een groep uit te halen wier aanwezigheid de ontwikkeling van het damgebied tot het latere dorp Veur heeft mogelijk gemaakt. Maar volgens de Leidschendamse projectontwikkelaar Igo van Bohemen is er geen twijfel over mogelijk, dat Leidschendam in de 15-de eeuw is ontstaan door toedoen van de werkers aan 'den Dammen'. Van Bohemen kan met passie over dit rauwe werkvolk vertellen.

'Met rollen op hellingen werden houten scheepjes met windassen over wat toen al de 'Leytsche Dam' heette gesleept. Het systeem werd bediend door 'opwinders', waarbij de schippers verplicht werden tolgeld te betalen aan de 'Damhouder'. Later zijn in de dam ‘verlaten’ aangebracht, 'schutsluisjes’ waar kleine scheepjes mondjesmaat doorheen mochten varen. Dit gebeurde met groot bezwaar van de concurrerende steden Gouda en Dordrecht, die meenden dat hun belangen te veel geschaad werden. Ze gaven opdracht de 'verlaten' in de dam te vernietigen. Een en ander betekende wel, dat de 'opwinders' weer aan het werk moesten.

In de 16-de eeuw kwamen er grotere schepen, zogeheten 'damlopers', die niet door de sluisjes konden varen. Deze speciale houten schepen met een platte bodem werden toen via de nieuwe Overtoom over de dam getrokken. 'Van Bohemen schetst het beeld van sterke mannen die, draaiend aan grote wielen met handspaken, schepen hielpen bij het passeren van de dam.

In 1636 sloten Leiden en Delft een verdrag tot het maker van een nieuwe trekweg langs de Vliet. Ook dat feit werpt volgens Van Bohemen licht op de grote betekenis van de schuitenjagers voor de ontwikkeling van Leidschendam.

'Het verkeer tussen Leiden en Delft werd hierdoor mogelijk met de trekschuit. Wellicht hebben vele beroemdheden in de 17-de eeuw, zoals de schilders Johannes Vermeer en Rembrandt van Rijn, maar ook staatslieden als Johan van Oldenbarneveld en de gebroeders De Wit van deze nieuwe route tussen Delft, Leiden en Amsterdam gebruik gemaakt en aten en dronken zij wat aan 'de Leytsche Dam' tijdens het 'schudden' door de sluizen. Met het ontstaan van de trekweg ontstond. ook een nieuw beroep: 'schuytenjager'. Het 'jagen' van de schuiten hield in dat ze, met behulp van een paard, als trekschuit van de Leytsche Dam naar Delft of Leiden werden gesleept. Deze stoere mannen - opwinders, sjouwers, sluiswachters, tolgaanders en later ook de schuitenjagers - waren feitelijk de stichters van het dorpje aan de Leytsche Dam, aldus Van Bohemen. 'Het vaak zware handwerk werd afgewisseld met een bezoek aan de cafeetjes en uitspanningen die de eeuwen door rond de sluis ontstonden. De betekenis van de schuitenjagers nam aan het eind van de 18-de eeuw weliswaar af door de komst van de diligence, maar ze bleven tot in de twintigste eeuw rond de sluis actief. Volgens Van Bohemen hebben deze rauwe bonken niet alleen een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van zowel Rijnland als Delfland, maar ook in hoge mate het karakter van het latere Leidschendam bepaald.

De beeldengroep die Auguste Rodin maakte ter herdenking van het feit dat de burgers van Calais de vernietiging van hun stad voorkwamen door de sleutels van de stadspoort te overhandigen aan een Engels invasieleger.

Twintig jaar geleden liet Van Bohemen aan de Scheepswerf in Leidschendam als eerbetoon aan deze mannen al een plaquette aanbrengen in de muur van het gebouw waar thans het Ontmoetingscentrum De Schuitejager is gevestigd.

Van Bohemen: 'De plaquette siert de buitenmuur van dat gebouw, maar je ziet het nauwelijks'. Hij vindt dat er een 'echt monument ter nagedachtenis van dit rauwe werkvolk' moet verrijzen, en wel op de plek waar ze jarenlang actief waren: rond de sluis. Hij denkt aan een 'realistische, manshoge' beeldengroep: een 'herkenbare, duurzame en hoogkwalitatieve sculptuur die je kunt betasten en waar kinderen tussen kunnen spelen.' De beeldengroep moet daarom een bronzen uitvoering krijgen en vooral 'vandaal-bestendig' ofwel 'hufter-proof zijn om vandalisme geen kans te geven. Een stenen uitvoering van de beeldengroep is om die laatste reden volgens hem niet verstandig.

Van Bohemen heeft enkele voorbeelden voor ogen van kunstwerken die de nagedachtenis verbeelden van groepen mensen die voor de ontwikkeling van hun woonplaats van grote betekenis zijn geweest. Als eerste noemt hij de wereldberoemde beeldengroep Les citoyens de Calais, in 1889 door de Franse beeldhouwer August Rodin vervaardigd.

Van Bohemen: 'Rodin heeft dat beeld gemaakt vanuit zijn fascinatie voor de bewoners van deze Franse stad. Calais was veroverd door de Engelsen en had zich overgegeven omdat de veroveraars dreigden anders de hele stad te zullen vernietigen. Vier notabelen hebben toen namens de burgers de sleutels van de stad overhandigd. De zelfopoffering is van hun gezichten af te lezen. Prachtig! Als Rodin nog leefde, zou ik hem vragen ook de eerste bewoners rond de Leytsche Dam te vereeuwigen.'

Bedrijvigheid rond de dam in 1760. Schuitejagers en opwinders aan het werk.

Als tweede voorbeeld noemt hij het, eveneens wereldberoemde, schilderij De Wolgaslepers van de Russische schilder Ilya Repin. Het doek hangt al 120 jaar in het Russisch Museum in Sint Petersburg en inspireerde later tot de compositie van het eveneens wereldberoemde muziekwerk Het lied van de Wolgaslepers.

Van Bohemen: 'Ook hier zie je die indrukwekkende expressie op het gezicht van de lijfeigenen, feitelijk slaven, die een groot schip door de Wolga moeten trekken. Je kunt hun verhaal van hun gezichten aflezen. Die kwaliteit moet ook het beeld in Leidschendam krijgen.'

Een beeldengroep van de schuitenjagers zou de eigenheid van Leidschendam benadrukken

De locatie voor de beeldengroep zal moeten worden vastgesteld in overleg met de gemeente, maar Van Bohemen heeft een suggestie. 'De beeldengroep zou kunnen komen bij het sluiswachtershuisje, dan staat het ook dicht bij de terrasjes die op dezelfde plek komen als de kroegen waar de noeste werkers van weleer hun harde bestaan probeerden to verlichten. De passagiers van de trekschuiten hebben hier ongetwijfeld wat gegeten en gedronken. Zij waren de eerste bezoekers aan de horeca-gelegenheden die aan de 'Leytsche Dam' verrezen en die straks op ongeveer dezelfde plekken ook in het nieuwe Leidschendam zullen verrijzen.'

Van Bohemen wil dat de beeldengroep breed door de inwoners wordt gedragen. Het object moet 'aaibaar' worden voor zowel de inwoners als voor de bezoekers van het oude sluiscomplex. 'Aan iedere rechtgeaarde inwoner van de gemeente zal een passende financiële bijdrage worden gevraagd. De giften van royale sponsors zullen worden vermeld op een bronzen plaat die nabij de beeldengroep wordt aangebracht.' Hij is inmiddels op zoek gegaan naar een beeldhouwer die in beginsel in staat is de bedoelde groep manshoge beelden te vervaardigen.

Volgens Rolf van der Krogt, conservator van het Leidschendamse museum-in-oprichting 't Lavende Hert’ is het ontstaan van Leidschendam niet aan een persoon, familie of groep toe te schrijven maar aan het breiwerk van economische activiteiten dat de bewoners eeuwenlang rond de Dam hebben neergelegd.

Van der Krogt: 'Al vóór Christus woonden in het Biesbosch-achtige gebied achter de duinen kleine groepen mensen die Cananefaten worden genoemd. De komst van de Romeinen zette ontwikkelingen in gang die een blijvend stempel op dit gebied hebben gedrukt. De plaatselijke bevolking (vissers, jagers, boeren) woonde op een oude strandwal, die zich van Wateringen tot Voorschoten uitstrekt en rond 3000 vóór Christus was gevormd. Na het vertrek van de Romeinen in de derde eeuw kwam het gebied in handen van verscheidene Germaanse stammen, die op hun beurt te maken kregen met onaangekondigd bezoek van de Noormannen. Het was om die reden bepaald onveilig de gronden in deze streek te bewonen en te bewerken. Toch is in de Merovingische tijd (400-750) en in het Karolingische tijdperk (750-900) van bewoning sprake. Uit de goederenlijst van de kerk van Utrecht, opgesteld tussen 880 en 896, kunnen we opmaken, dat het episcopaat in Utrecht in 'Fore' (Veur) rechten en bezittingen heeft en dat zich toen al een min of meer agrarische gemeenschap had gevormd.'

In latere eeuwen hebben de schuitenjagers zeker aan de ontwikkeling van een gemeenschap bijgedragen, aldus Van der Krogt. Maar om deze voor de Leidschendamse economie belangrijke werkers te betitelen als 'de stichters van Leidschendam' gaat hem iets te ver. 'Dat neemt echter niet weg, dat men aan de schuitenjagers veel meer aandacht zou mogen schenken. Met een beeldengroep zou het bijzondere karakter van Leidschendam ten opzichte van zijn buurgemeenten worden uitgedrukt. Dat maakt het idee van Van Bohemen des te leuker.'

Jos Teunissen


terug naar overzicht

Laatste publicatie

Erf Goed Nieuws
mei 2018, jaargang 26, nummer 1

Erf Goed Nieuws mei 2018

Erf Goed Nieuws mei 2018

Lees verder Alle publicaties