Vereniging Erfgoed Leidschendam

info@erfgoedleidschendam.nl

16 april 2023

Leidschendam in de 17e eeuw

Leidschendam in de 17e eeuw

Op de Erfgoeddag van 15 april 2023 was er in de Dorpskerk een unieke gelegenheid om kennis te maken met Leidschendam in de 17e eeuw.  De Stichting Verborgen Stad ontwikkelde een digitale app (Canals5D) om zo een zeer realistische indruk te geven over de trekvaartdiensten en de nering rond den Leytse Dam. In de Hervormde kerk werden de bezoekers meegenomen in een verhaallijn tussen de herbergier van herberg De Zwaan en een vrouwelijke passagier welke net na een lange reis met de trekschuit was aangekomen.

flyer-history-5d.jpg

Flyer Leidschendam Leytsche Dam in de 17e eeuwn Stichting Verborgen Stad. Door het scannen van de QR-code beleeft u Leidschendam in de 17e eeuw.

beeldcompilatie-sluiskant-en-delftsekade-17e-eeuw-idsard-bosman.jpgBeeldcompilatie van de Sluiskant en de Delftsekade in de 17e eeuw van Idsard Bosman  

De trekvaartdiensten tussen Leiden en Delft, zorgden na de realisatie van de Nieuwe Trekweg tussen 1636 en 1638 voor de nodige nering rond den Leytse Dam. Omdat de vervuiling in de steden in de 17e eeuw toenam, zochten de rijke stedelingen, kooplieden en regenten een plek waar zij in de zomermaanden met hun gezin geriefelijk konden vertoeven. Deze ‘buitens’ waren veelal gesitueerd aan de Vliet en niet geheel toevallig parallel gelegen aan de route van de trekschuitdienst tussen Leiden en Delft. Met uitzicht op deze mondaine buitenhuizen en de rustieke omgeving werd de vaak oncomfortabele reis met de trekschuit enigszins gecompenseerd. Ook reizigers met een handelsbestemming maakte graag gebruik van de trekschuit, zeker om zo op de hoogte te blijven van het actuele nieuws. Bij den Leytse Dam was sprake van een ‘overstaphalte’ die vele trekschuitpassagiers gebruikte om even hun benen te strekken of om gebruik te maken van diverse herbergen rond en om den Leytse Dam. Voor alle goederen die de Leytse Dam passeerde moest tol worden betaald. Na betaling kon de betreffende schipper weer verder.  

De trekschuitdienst bestond uit een strakke dienstregeling en voorschriften de zogenaamde 'Ordonnanties'. Passagiers konden alleen bagage meenemen die op hun schoot pasten. Er waren met uitzondering van de marktdagen (maandag in Leiden en zaterdag in Den Haag), acht afvaarten per dag. In de winter waren er dit er gemiddeld twee per dag.

De snelheid van een trekschuit, die werd voortgetrokken door een paard met een ‘jager’ kwam uit op gemiddeld zeven kilometer per uur. Vanwege de vele schuren rond de Delftse en Leidschekade waar de paarden stonden om even te rusten en te eten, werd deze buurt in de volksmond ook wel de Jagersbuurt genoemd. In een onvoorziene situatie waarin geen paarden meer beschikbaar waren werd de trekschuit noodgedwongen voortgetrokken door menskracht.  

Over de afstand Delft – Leiden deed men met het nodige oponthoud gemiddeld zo’n drie uur. Sommige passagiers probeerde tussentijds nog over te stappen op een andere trekschuitdienst om hun reistijd iets in te korten. In 1806 lezen we in een ordonnantie hierover de volgende passage ‘de reysende luyden sullen aen den Leydsendam in een andere schuyt dadelijk overgaen sonder aldaer te mogen vertouven’.                

Er was geen verwarming in de trekschuit, maar tegen betaling van een paar cent was de schipper wel genegen om een stoof met hete kooltjes voor je neer te zetten.  Wie geluk had en extra geld kon betalen, nam vaak een trekschuit met een houten roefje. Dan zat je redelijk droog met meer ruimte en de reis was iets comfortabeler.

In 1659 kocht Louweris Janszn. Van Swieten een pand op de hoek van de Sluiskant en de Damstraat. Hij had naast een broodbakkerij ook een 'craemerswinkel in vette waren' zoals olie, smeer en kaarsen. Hij voer als bijverdienste ook met een marktschuit op Delft. 

Dat er in het midden van de 17e eeuw al sprake was van de nodige bebouwing rond den Leytse Dam, zien we terug op de kaart van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Deze kaart werd in 1650 vervaardigd door landmeter en kaarttekenaar Pieter Floriszn. Van der Sallem.  

detail-uit-kaart-a-108-hoogheemraadschap-van-rijnland-1650.jpg

Detail uit de kaart A-108 van het Hoogheemraadschap van Rijnland uit 1650. Bron: kaartcollectie Hoogheemraadschap van Rijnland.

We zien aan beide kanten rond de Sluiskolk bebouwing die aan de Veurse kant doorliep naar de Damstraat en de Kerkstraat en aan de Stompwijkse kant richting de Venestraat en een stukje van de Leidsekade net voorbij de Starrevaart. De Damstraat eindigde in de 17e eeuw in een kronkelige onverharde weg die werd aangeduid met ‘de Wegh naar den Dam’, later de voor velen bekende Damlaan.

Door de realisatie van het trein tracé, rond 1847 tussen Leiden en Delft verdween de Trekschuitdienst. De paardenschuren werden verkocht en gingen dienst doen als opslag voor turf.  

 

Vereniging Erfgoed Leidschendam

Idsard Bosman   


Terug naar overzicht

Laatste publicatie

Erf Goed Nieuws augustus 2023
augustus 2023, jaargang 32, nummer 1

Erf Goed Nieuws augustus 2023

Erf Goed Nieuws, augustus 2023

Lees verder Alle publicaties