Vereniging Erfgoed Leidschendam

Postbus 3027
2260 DA  Leidschendam
info@erfgoedleidschendam.nl

Uitgave: Januari 1997

Een bloemetje had geen zin meer

Een bloemetje had geen zin meer

Op 26 november 1919 werd in het koude water van de ringvaart die het weidegebied tussen Leidschendam, Srompwijk en Zoetermeer doorkruist, het lichaam van Cornelia Louisa -'Neeltje' - Hoogduin gevonden. In haar mond was een rode zakdoek gepropt en met 'een hard voorwerp' was haar zwaar hersenletsel toegebracht.

In de vorige Erf Goed Nieuws beschreven we hoe de moord op deze jonge vrouw vermoedelijk in zijn werk is gegaan. Neeltje zou zijn verkracht door de boer bij wie ze als 'meisje voor dag en nacht' in betrekking was. Uit angst voor de gevolgen zou hij zijn knecht, Gerrit Baars, 'in kalm overleg' opdracht hebben gegeven Neeltje uit de weg te ruimen. Tijdens de rechtszaak, op 20 mei 1920 bij de Haagse rechtbank, werd Baars wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken. Daarna werd het dossier gesloten.
Het geheim van de Moordenaarshoek, deel II: bij de nabestaanden ligt de moord nog altijd gevoelig.
 
Neeltje Hoogduin werd op 3 december 1919 begraven op de rooms-katholieke begraafplaats in Zoetermeer. Op haar graf werd een houten kruis geplaatst, geld voor een gedenksteen was er niet. Het graf moet ergens in de jaren veertig zijn geruimd.
Neeltjes moeder is nooit meer de oude geworden. In haar verdere leven was ze vaak ziek, vermoedelijk van verdriet. Ze stierf in 1932, op 59-jarige leeftijd. Vader Hoogduin bleef onverminderd armlastig en stierf een jaar of zeven later, op z'n 68-ste.
Gerrit Baars woonde ten tijde van de moord met vrouw en vier kinderen in Zoeterwoude. Enkele jaren na zijn vrijspraak verhuisde hij naar Gouda. Niemand weet meer waar hij vervolgens is gebleven. Tot aan zijn dood woonde hij in een gehucht ergens in Oost-Nederland, weet iemand te melden. Zijn rol als uitvoerder van het moordplan is door de rechtbank 'niet overtuigend genoeg' bewezen. Maar evenmin staat zijn onschuld vast. Te veel aanwijzingen rechtvaardigen het vermoeden dat Baars nauw bij de uitvoering van het moordplan betrokken is geweest.
Over boer Kees van Haasten wordt beweerd dat zijn echtgenote met de bizarre feiten niet kon leven en van verdriet is gestorven. Na haar overlijden trad Van Haastert opnieuw in het huwelijk en verhuisde met zijn gezin naar Zoeterwoude. Volgens de jongste zus van Neeltje, mevrouw Betty van Dorp-Hoogduin in Zoetermeer, zou hij ooit hebben beloofd, dat hij op zijn sterfbed 'alles' zou opbiechten. Die gelegenheid heeft hij niet gekregen: op zijn 69-ste, in 1952, overleed Van Haastert plotseling aan een hartstilstand.

Stilzwijgen
Bij nabestaanden van boer Van Haastert stuiten we op een muur van stilzwijgen. De
familie weigert in te gaan op mijn herhaalde verzoek (zowel telefonisch als schriftelijk) me haar visie op het gebeuren te geven. Maar Van Haasterts betrokkenheid bij het drama wordt er ook niet ontkend.
Een van zijn zoons, de heer P. J. van Haasten, woont nog altijd in de Meerpolder. 'Mijn vader heeft me er nooit iets over verteld en mijn moeder overleed toen ik heel klein was. Ik weet niets en ga er verder liever niet op in. Goedemiddag.'
De heer A. van Haastert in Leidschendam, een kleinzoon van boer Van Haasten: 'Mijn moeder heeft me wel eens verteld dat er 'geruchten' gingen over opa, maar dat ik me daar niets van moest aantrekken. Nee, ik kan u verder niets vertellen.' Ook een andere kleinzoon   van   Van   Haastert,   in Zoeterwoude, is niet bereid iets over het drama te vertellen.
Op 11 februari j.l. krijg ik een telefoontje van mevrouw Van Duivenvoorde-Van Haastert uit Schagen, een kleindochter van Kees van Haastert. Ze verwijt me, zijn naam te hebben genoemd en wil weten waarom we de moord na zoveel jaren hebben opgerakeld. De reconstructie ervan klopte volgens haar wel, maar ook van haar hoef ik geen medewerking te verwachten. 'Laat een ander 't maar zeggen.'
En of ik haar het adres van de oude mevrouw Van Dorp-Hoogduin in Zoetermeer wil geven. Dan kan ze eens langs gaan met een bloemetje.

Geen legende 
Nee, bij 'tante Betty' langs gaan met een bloemetje had geen zin meer. Op een late vrijdagmiddag half december had ik dat al gedaan. Toen ik in augustus vorig jaar het drama uit haar mond had opgetekend, hadden we immers afgesproken dat ik haar nog eens zou bezoeken.
Onder een schemerlamp vertelde ze me hoe goed het haar deed dat het verhaal over de moord op haar zus na zoveel jaren aan het papier werd toevertrouwd. Nee, het drievoudige onrecht haar zus aangedaan - de verkrachting, de moord en de vrijspraak - werd er niet door ongedaan gemaakt. Maar we hadden wel duidelijk gemaakt dat de moord niet een soort legende was, zoals sommige bewoners van het weidegebied dachten. Alles was - helaas - bittere realiteit geweest.
Ze was dankbaar dat ze die aandacht voor haar vermoorde zus nog had mogen meemaken. Dankbaar ook, dat ze zich na alle tegenspoed van de laatste jaren - man en zoon overleden, een snel teruglopende gezondheid - daardoor weer eens goed voelde.
Het was al ruim over zessen toen ze me naar de voordeur bracht. Ze drukte me een stevige hand zoals oude mensen je die kunnen geven. En verder vertrouwde ze er maar op dat God gerechtigheid zou doen geschieden. En dat als er een hemel is - 'En dat zullen we dan maar geloven, want zo hebben we het altijd geleerd' - ze haar zus daar ongetwijfeld in goede doen zou weerzien.
Die avond is ze gekleed even op bed gaan liggen. De volgende morgen vond haar dochter haar daar, een hand ondersteunde haar hoofd. 'Het leek wel alsof ze sliep, zo vredig lag ze erbij.'
Ergens in die nacht, ver weg van de waan van haar oude dag, moet een stem in haar hoofd hebben gefluisterd dat het nu wel genoeg was.

Jos Tennissen


Terug naar overzicht

Laatste publicatie

Erf Goed Nieuws mei 2021
mei 2021, jaargang 29, nummer 1

Erf Goed Nieuws mei 2021

Erf Goed Nieuws mei 2021

Lees verder Alle publicaties