Vereniging Erfgoed Leidschendam

Postbus 3027
2260 DA  Leidschendam
info@erfgoedleidschendam.nl

Uitgave: Januari 1995

Rumoer aan den Leijtschendam

Rumoer aan den Leijtschendam

Om de opstand in de Nederlanden te onderdrukken stuurde de Spaanse Koning Philips II een leger naar deze gebieden. In eerste instantie waren het alleen Holland en Zeeland die in opstand waren gekomen tegen de Spaanse overheersing.

Omdat de stad Amsterdam "Spaans" was gebleven probeerden Alva en later de Requesens het opstandige Holland in tweeën te delen.

Aanvankelijk leek dit plan te lukken omdat na een beleg, Haarlem op 13 juli 1573 weer in Spaanse handen viel. Echter de poging om dit gebied verder onder controle krijgen mislukte. Een Spaans beleg van de stad Alkmaar mislukte (oktober 1573). Na Alva probeerde De Requesens de opstandige gewesten geheel te onderwerpen. Een eerste doel daarbij vormde de stad Leiden. Hij sloeg een beleg om de stad maar maakte geen aanstalte om de stad te bestormen. Zijn tactiek was er een van uithongeren! Door wegen en waterwegen af te sluiten ontstond er een dodelijke wurggreep. In de wijde omtrek van de stad werden versterkingen en schansen gebouwd en overal werden Spaanse soldaten ingekwartierd. Het eerste beleg duurde van 31 oktober 1573 tot 21 februari 1574. Het beleg werd door De Valdez vrij plotseling opgebroken om met zijn leger op te trekken naar het oosten van de Nederlanden om daar indien nodig aan het daar al aanwezige Spaanse leger steun te verlenen. Dit leger trok ten strijde tegen een leger van de graven Lodewijk en Hendrik van Nassau (.slag bij Mook op 14 april 1574).

leiden1574.jpg

 Detail van een vogelvlucht tekening van het beleg en ontzet van Leiden in 1574 tussen Delft en Leiden, met de kapel van Wilsveen.

Toen in de nacht van 25 op 26 mei 1574 de troepen van Valdcz terugkeerden bij Leiden constateerden zij tot hun verbazing dat alle schansen nog volledig in tact waren. Valdez hervatte het beleg met 6000 a 7000 man Spaanse, Duitse en Waalse troepen. In de loop van het beleg zou de sterkte geleidelijk worden opgevoerd tot ongeveer 10.000 man.
Het dorp 'Leijtsendam" werd eveneens bezet. Het maakte deel uit van de derde ring rond de stad Leiden. Niet alleen was de vaarweg tussen Leiden en Delft daarmee geblokkeerd ook een oost-west verbinding over en langs de Landscheiding was voor niet Spaansen afgesloten. De tactiek van De Requesens voorzag minder in het smeden van een ononderbroken ring dan in het beheersen van de (water)wegen die naar de belegerde stad voerden. Het gevolg was, dat tussen de Spaanse posities door nog wel wat infiltraties mogelijk waren, maar geen verplaatsingen van konvooien. Langs de sluipwegen was het tot in september nog mogelijk met boodschappen in en uit de stad te komen maar omdat de afsluiting steeds werd vervolmaakt uiteindelijk onmogelijk. De totale strijdmacht was in de omliggende dorpen van Leiden ingekwartierd of bemande de aangelegde versterkingen. Maar liefst een driedubbele gordel grendelde Leiden af van de omgeving niet in totaal 22 schansen en 27 forten!
Het is deze gebeurtenis die de inwoners van de stad Leiden ieder jaar op 3 oktober "het ontzet" doet vieren, want op die dag in het jaar 1574 moesten de Spaanse troepen het beleg opbreken. Zij vluchtten voor het wassende water dat via doorgestoken dijken de gehele omtrek had blank gezet. Toen de Geuzen ook nog kans zagen hun schepen over deze watervlakte tot bij de stad te brengen was het pleit snel beslecht. Eindelijk was men tot in de wijde omtrek verlost van de aanwezigheid van de Spaanse troepen die, zoals gezegd, ook Leidschendam hadden bezet. Bij hun vertrek staken ze alles in brand. Hoe die spannende tijd door de tijdgenoten is beleerd, valt gedeeltelijk af te leiden uit getuigenverklaringen, afgelegd ten overstaan van de plaatselijke schout omtrent de overlast van het soldatenvolk. In het onderstaande verslag is getracht iets van die gespannen sfeer weer te geven.

We schrijven 26 mei 1574. tot hun grote schrik bemerken de bewoners van het dorpje '(den) Leijtsen Dam' dat de Spaanse troepen weer terug zijn. Op de versterkingen of schansen die zij zo plotseling op 21 februari van dit jaar hadden verlaten wappert weer de Spaanse vlag. Het leger van de prinsen Lodewijk en Hendrik van Nassau schijnt, zo luiden de berichten, bij Mook verslagen te zijn, vandaar die terugkeer. Pas de volgende dag bereikt de bewoners aan den Leijtsendam het bericht dat de Spaanse troepen onder Valdez opnieuw de stad Leiden belegeren. Op de plek waar nu het gebouw 'de Schuitejager' staat, staan in die vroege ochtend van de 26e mei een tweetal warmoeziers (=tuinders).
Zij bespreken de onheilsboodschap die zij even daarvoor van de nachtwacht te horen kregen en besluiten het werk op 't Smalle weer (zo wordt hun "met heijninghe omsloote thuijne, waerop pootinghe ende plantinghe staende is" genoemd) te laten voor wat het is. Op de kop van hun tuinderij staat vandaag de dag het 'Van der Dolkgemaal'. Via een plank die over de Zandsloot gelegen is bereiken zij het zandpad (de huidige Plaspoelkade) en lopen de beide mannen richting de tapperije nabij "de overtoom" (aanvankelijk betrof het slechts één windas, maar na een daartoe in 1555 ingediend verzoek werd een tweede gebouwd; de reden was een simpele: toenemende drukte en een alsmaar langere wachttijd).
Nog maar nauwelijks hebben zij de bebouwing bereikt of hun aandacht wordt getrokken door enig tumult. Zij kijken over 'den Delfschen Vliet'  richting Voorburgh en zien even buiten de bebouwing de Spanjaarden een eerder aangelegde versterking opnieuw in gebruik nemen. Deze versterking heeft gelegen ter hoogte van het punt waar vandaag de dag de Nieuwstraat samenkomt met de Delfsekade. Op latere kaarten van het gebied staat even voorbij dit punt een buitentje afgebeeld dat getooid is met de naam "De Schans"

bastion.jpg

 De onderdelen van een bastion.
1 flank
2 face
3 saillant
4 keel
5 courtine
De courtine verbindt het bastion met de aangrenzende bastions.

Maar ook bij de Overtoom zelf is er volop tumult. Stilzwijgend blijven zij staan. De mannen kijken elkaar vragend aan: "Zullen we of zullen we niet". De nieuwsgierigheid wint het van de angst. Maar om zo min mogelijk op te vallen besluiten ze zo dicht mogelijk langs de aaneengesloten bebouwing verder te lopen.

Als de "overtoom van den Leijtsen Dam" in de vaarweg van de Oranjestad Delft naar het belegerde Leiden, in Spaanse handen zou vallen betekende dat, dat een vrije doorvaart niet langer mogelijk was. Uiteindelijk leiden schermutselingen ertoe dat de dam met de overtoom wordt vernield (pas na Leidens ontzet wordt de overtoom hersteld).

Hangend over de halfgeopende deur probeert een onder het meel zittende bakkersknecht te weten te komen wat er toch allemaal gaande is bij de dam. Onze warmoeziers reageren niet op de vragen die hij hen stelt. Een vluchtige groet is de enige reactie van de beide mannen. Nee, tijd om uitgebreid te gaan staan kletsen is er niet. Op deze vroege ochtend in mei hadden zij daar geen oog voor. Ze wisten eigenlijk zelf niet wat hen er toe bewogen had zover door te lopen. Nu ze de overtoom zo vlak genaderd waren klopte het hart in de keel. Of de rillingen, die hen over de rug liepen nu een gevolg van de spanning of van de nog kille ochtend waren deed er verder niet toe. Ademloos keken beide mannen naar de fraai uitgedoste en goed bewapende soldaten die elkaar in een vreemde taal van alles toeriepen. Steeds meer ruiters te paard, maar vooral voetvolk, kwamen er vanuit Wilsveen over het pad van de Hovensijtwinde (bij onze tuinders beter bekend als de Veenestraat). Een ongekende nieuwsgierigheid maakte zich van hen meester. Zouden er behalve in 't dorp ook weer soldaten zitten in de versterking vlak bij het achter het dorp lopende (Stompwijkse) Achterpad? Ze besloten het erop te wagen. Van werken kwam vandaag toch niets meer. Nauwelijks halverwege zagen ze dat zich achter de aardenwal Spaanse troepen installeerden. Ze schrokken geweldig toen vanuit een varkenskot een gedempte stem toeriep. Het was Hendrik Egbertszoon, de vissersman. Samen met zijn hulpje had hij langs de Kostverloren, aan het eind van het 'Vrouwenveen' en in de vaart die naast "de Groene weg" loopt, zijn aalfuiken nagelopen, toen hij wel honderd soldaten zowel over deze als over de Voorweg zag naderen.
Een gedeelte van deze groep soldaten bleef achter in de grote schans die op de kruising van de Hovensijtwinde en de weg naar Zoetermeer via Wilsveen was gelegen. De rest ging volgens hem: "op Lcijtsendam aan". "Daar zitten ze al", riepen de beide tuinders tegelijk. Naarmate de tijd verstreek voelden de mannen zich steeds "minder opt gemaeck". Via het Achterom kwamen zij weer bij de overtoom terecht. Omdat het er op dat moment rustig was, besloten ze via deze overgang naar de Veurse kant van het dorp te lopen.

toegangswegen.jpg

De belangrijkste toegangswegen naar de stad, zowel over land als over water, werden afgesloten door schansen. Deze eenvoudige werken bestonden uit een aarden wal, die een binnenruimte omsloot.Ze waren omgeven door een gracht. In sommige gevallen waren de schansen voorzien van één of meer (half) bastions. Dit waren hoekige bouwsels, die in de wal waren opgenomen en naar buiten uitstaken. Vanaf de (half) bastions kon de bezetting van de schans vuur uitbrengen op de ruimte voor het aangrenzende deel van de wal. De schansen verschilden onderling sterk van vorm en grootte.

Onze beide tuinders dronken samen met Hendrik Willemsz. in een tapperije een tweetal 'opkikkertjes' om de spanningen te doen vergeten. Erg veel tijd gunnen de mannen zich niet omdat ook ter hoogte van de brug over de Starrevaart Spaanse soldaten elkaar toeroepen. Zij komen of gaan vast en zeker naar een andere, tijdens het beleg, opgeworpen versterking. Daar waar de Starrevaart de Stompwijkseweg kruist, lag dit verdedigingswerk. En al was deze schans kleiner dan die even verderop gelegen schans ter hoogte van de kruising Hovensijtwinde,   Kostverlorenweg   en Wilsveenseweg, onze vrienden hadden die ochtend 'het lef niet meer' om daar ook nog eens te gaan kijken, maar ze kenden die plek wel. Niet alleen was alles wat over de weg van of naar Stompwijk ging te controleren. Ook de schuiten die via de Starrevaart op Zoetermeer en Zegwaard voeren kwamen hier langs en werden aan een grondige inspectie onderworpen.
Onze warmoeziers hebben inmiddels besloten hun vrouwen in te lichten over de aanwezigheid van de Spanjaarden en hen te verblijden met een van Hendrik Egbertsz. gekregen portie verse vis. Zij konden toen nog niet bevroeden dat 'den Leijtsendam' na deze woelige tijd uit zou groeien tot wat het nu is: "het kloppend hart van de huidige   gemeente Leidschendam".

Tot zover de belevenissen van de beide warmoeziers.

Wat vonden die Spaanse soldaten eigenlijk van de Nederlanden. Door verschillende lieden in 'Spaanse dienst' is op schrift gesteld wat zij dachten over de bewoners en hun gebruiken in die noordelijke Nederlanden.

H. Brouwer Schut


Terug naar overzicht

Laatste publicatie

Erf Goed Nieuws mei 2021
mei 2021, jaargang 29, nummer 1

Erf Goed Nieuws mei 2021

Erf Goed Nieuws mei 2021

Lees verder Alle publicaties